Saturday, January 30, 2016
Een beetje lente
Ik hoopte het heel erg. Maar het kwam niet. Het heeft niet gesneeuwd deze week. Wel een klein beetje, maar veel te weinig voor een sneeuwpop.
Het was wel koud. Op mijn kamer stond een verwarming. Die stond heel de nacht aan. Dat kon ik zien aan het rode lampje. In bed was het lekker warm. Maar buiten niet.
Als je naar buiten ging, was het heel mistig. En heel nat. En soms lag er ijs op straat. Dan kon je uitglijden.
De school was eerst nog open. Maar toen ging hij dicht. De baas van de school heet miss Hanan. Zij vond het te gevaarlijk. Ze was bang dat de kinderen zouden uitglijden. En daarom had ik zomaar twee dagen vrij.
Mama ging op mij passen. En soms papa. We konden niet even naar buiten, want het was veel te koud. Zelf met een muts op was het nog koud. Ik heb geen wanten. Die ben ik pas verloren. Mama vond het heel jammer, want ze pasten zo mooi bij mijn muts.
Toen hield het op met regenen. 's Morgens zag ik de zon al door de ramen. En het was ook niet zo koud meer. Soms hoorde ik een vogel fluiten. Die ging ik dan nadoen: pietepietepiet. Amman werd weer wakker. Er kwamen weer veel auto's op de weg. En de school ging weer open. Gelukkig kon ik weer op school gaan spelen. Want dat had ik best gemist.
Vandaag is het zaterdag. Ik ben met papa en mama naar de stad gegaan. Eerst gingen we in de auto. De zon scheen door het raam precies op mijn gezicht. Dat was best warm. En toen gingen we ergens eten. Ik kreeg pizza en het was heel lekker. En een beker met een rietje. Daar zat sinaasappelsap in. Papa zei dat het nep was. Maar het smaakte best.
Ik ben blij dat de kou bijna over is. Ik denk dat het snel lente wordt. De zon is er al. En het is ook al een beetje warmer. Nog even en ik kan weer in de tuin spelen. En ook in de zandbak. Dat is al heel lang geleden. Ik heb er veel zin in..
Saturday, January 23, 2016
Er komt een sneeuwstorm
Iedereen hier in Amman praat erover: het wordt koud! Eigenlijk is het dat al, maar nu gaat het ook sneeuwen. Vandaag begon het te regenen. Misschien is dit wel het begin.
Ik hoop dat er veel sneeuw komt. Maar ik hoop het ook niet. Want dan kan ik niet naar school. Als het sneeuwt in Jordanie moet iedereen thuisblijven van de koning. Want hij vindt het gevaarlijk om naar buiten te gaan. De koning zorgt goed voor zijn mensen. Maar hij is wel erg streng.
De mensen op papa's werk praten al heel lang over de sneeuw. Ze zeggen dat er sneeuwstormen komen. En hoe langer ze praten, hoe groter de stormen worden. Stiekem hopen ze dat het doorgaat, want dan hoeven ze niet te werken.
De sneeuw gaat morgen beginnen. Dat staat in de krant. Maar niemand weet of het echt waar is. Misschien blijft het wel gewoon regenen. Dan kan ik gewoon naar school. Maar misschien ligt er wel een dik pak sneeuw. Dan moet ik thuisblijven. En dan ga ik een sneeuwpop maken in de tuin. Ik heb al een wortel voor zijn neus
Vandaag heb ik niet buiten gespeeld. Want het regende best veel. En ik ben ook een beetje ziek. Ik moet veel hoesten. Mama ging mijn koorts opnemen. Ze zei dat ik een beetje verhoging had. Ik hoop dat het morgen over is. Want dan ga ik of naar school. Of ik ga een sneeuwpop maken. En allebei is leuk.
Ik laat later deze week wel weten of de sneeuw echt is gekomen.
Thursday, January 14, 2016
Verf van Ali
In mijn klas zit een jongen en hij heet Ali. Als ik 's morgens aankom, is hij er al. Hij komt me soms ophalen bij de deur van het lokaal. Dan gaan we samen spelen op het speelkleed. De andere kinderen in de klas zijn ook lief. Maar Ali is mijn vriend.
Pas was Ali jarig. Toen zongen we happy birthday to you voor hem. Ik ken dat al helemaal uit mijn hoofd. Toen ik jarig was kreeg ik cadeautjes. Maar in Jordanie gaat dat anders. Want wie jarig is, geeft juist cadeautjes aan de anderen. Van Ali kreeg ik een rode, plastic doos. Op de voorkant staat een mooie race-auto. En als je hem open doet, zie je potloden, krijtje en verf. Miss Lima deed de doos in mijn Mickey Mouse rugtas. Toen ik thuiskwam, heb ik hem aan mama laten zien.
Ik heb al heel vaak gespeeld met deze rode doos. Met de krijtjes heb ik tekeningen gemaakt. En soms krijg ik een oude trui aan van mama en dan mag ik verven. Dat is het allerleukst. In de doos zit ook een kwast. Daar maak ik schilderijen van.Ze zijn heel mooi, want ik gebruik alle kleuren. Pas heb ik ook de muur van de keuken geschilderd. Die was helemaal wit. Dat is een beetje saai. Nu ziet het er veel mooier uit.
Morgen is Lucy jarig. Zij is de buurvrouw van beneden. Soms komt ze met mij spelen. Ik ga samen met mama pannenkoeken maken voor haar. Die gaan we dan brengen als ontbijt. En ook sinaasappelsap. Ik hoop dat ik er ook wat van mee mag eten. Want pannenkoeken zijn vreselijk lekker. En sinaasappelsap ook. Vandaag heb ik een schilderij gemaakt voor Lucy. Het is een beer met een ballon in zijn hand. Het hele schilderij is nu vol met verf. En mama heeft er iets op geschreven. Ik mag het schilderij bij het ontbijt aan Lucy geven. Met zoveel mooie kleuren is het eigenlijk net een grote-mensenschilderij. Want ik ben ook al heel groot. Kleine kinderen kunnen niet verven. En ze gaan ook niet naar school. En ze gebruiken nog een speen in bed.
Ik heb geen speen meer nodig. Dat is echt iets voor baby's. Eerst was het wel een beetje lastig zonder speen. Maar nu niet meer. Ik slaap weer heel goed. 's Nachts en 's middags ook. Ik neem wel veel dieren mee naar bed. Mijn knuffelaap ligt altijd naast me. En er is ook de grote aap. De blauwe kameel gaat ook altijd mee. En natuurlijk de groene schildpad. Er is haast geen plaats meer voor mij in bed. Maar het is wel gezellig. Ik voel me net een oppasser in een dierentuin. Ik zorg goed voor alle dieren.
En zo is alles toch weer goedgekomen.
Pas was Ali jarig. Toen zongen we happy birthday to you voor hem. Ik ken dat al helemaal uit mijn hoofd. Toen ik jarig was kreeg ik cadeautjes. Maar in Jordanie gaat dat anders. Want wie jarig is, geeft juist cadeautjes aan de anderen. Van Ali kreeg ik een rode, plastic doos. Op de voorkant staat een mooie race-auto. En als je hem open doet, zie je potloden, krijtje en verf. Miss Lima deed de doos in mijn Mickey Mouse rugtas. Toen ik thuiskwam, heb ik hem aan mama laten zien.
Ik heb al heel vaak gespeeld met deze rode doos. Met de krijtjes heb ik tekeningen gemaakt. En soms krijg ik een oude trui aan van mama en dan mag ik verven. Dat is het allerleukst. In de doos zit ook een kwast. Daar maak ik schilderijen van.Ze zijn heel mooi, want ik gebruik alle kleuren. Pas heb ik ook de muur van de keuken geschilderd. Die was helemaal wit. Dat is een beetje saai. Nu ziet het er veel mooier uit.
Morgen is Lucy jarig. Zij is de buurvrouw van beneden. Soms komt ze met mij spelen. Ik ga samen met mama pannenkoeken maken voor haar. Die gaan we dan brengen als ontbijt. En ook sinaasappelsap. Ik hoop dat ik er ook wat van mee mag eten. Want pannenkoeken zijn vreselijk lekker. En sinaasappelsap ook. Vandaag heb ik een schilderij gemaakt voor Lucy. Het is een beer met een ballon in zijn hand. Het hele schilderij is nu vol met verf. En mama heeft er iets op geschreven. Ik mag het schilderij bij het ontbijt aan Lucy geven. Met zoveel mooie kleuren is het eigenlijk net een grote-mensenschilderij. Want ik ben ook al heel groot. Kleine kinderen kunnen niet verven. En ze gaan ook niet naar school. En ze gebruiken nog een speen in bed.
Ik heb geen speen meer nodig. Dat is echt iets voor baby's. Eerst was het wel een beetje lastig zonder speen. Maar nu niet meer. Ik slaap weer heel goed. 's Nachts en 's middags ook. Ik neem wel veel dieren mee naar bed. Mijn knuffelaap ligt altijd naast me. En er is ook de grote aap. De blauwe kameel gaat ook altijd mee. En natuurlijk de groene schildpad. Er is haast geen plaats meer voor mij in bed. Maar het is wel gezellig. Ik voel me net een oppasser in een dierentuin. Ik zorg goed voor alle dieren.
En zo is alles toch weer goedgekomen.
Tuesday, January 5, 2016
Nooit meer hetzelfde
Het nieuwe jaar is heel zwaar begonnen. Eerst had ik fijn vakantie en gingen we weg. Maar toen ging ik weer naar school. School is leuk. Ik was blij om miss Lima en de kinderen weer te zien. Maar er is iets anders gebeurd en daar moest ik wel even van slikken.
Een paar dagen geleden zei mama tegen mij dat ik al heel groot was. Dat is natuurlijk fijn. Maar ze zei het op een manier die ik niet helemaal vertrouwde. 'Daar steekt iets achter,' zei ik tegen mezelf. En dat was ook zo.
De dag daarna heeft mama me verteld dat grote kinderen geen speen meer gebruiken. En toen heb ik samen met papa mijn speen in de vuilnisbak gegooid. Zo in een keer, plop! Ik heb nog even gekeken hoe hij daar lag op de bodem van de vuilnisbak. Mijn eigen blauwe speen, mijn vriend, helemaal alleen in die vieze vuilnisbak. Ik was een beetje verdrietig toen papa het deksel er weer op deed.
Die avond kreeg ik een cadeautje. Het is een mannetje met een blauwe broek en een rode pet. En zijn benen hebben dezelfde kleur als mijn pyjama. Hij heet Manuel. Ik weet niet precies waarom, maar toen ik hem openmaakte heb ik hem gelijk zo genoemd. Hij gaat nu mee naar bed. Zogezegd in plaats van mijn speen.
De eerste avond kon ik niet slapen. Ik voelde me zo alleen. Ik moest veel denken aan mijn speen in de vuilnisbak. Misschien lagen er nu wel andere vieze dingen bovenop. Ik was verdrietig, maar ik huilde niet. Ik heb wel papa geroepen. Die kwam even met mij praten. En hij zei ook dat ik al heel groot was en zo.
Gelukkig lagen Manuel en mijn aap nog in bed. Ik heb ze onder de deken gestopt, anders kregen ze het koud. Nadat ik heel lang had liggen denken aan mijn speen ben ik in slaap gevallen.
De volgende dag heb ik nog een paar keer in de vuilnisbak gekeken. Er zat een nieuwe vuilniszak in. De speen was er niet meer. Ik ben hem voor altijd kwijt. Dat is echt verschrikkelijk. Ik had nooit gedacht dat het nieuwe jaar zo zou beginnen.
Nu ben ik wel vrienden geworden met Manuel. Hij is best lief en ook lekker zacht. Toch zal het nooit meer hetzelfde worden. Maar zo gaat het soms in het leven.
Een paar dagen geleden zei mama tegen mij dat ik al heel groot was. Dat is natuurlijk fijn. Maar ze zei het op een manier die ik niet helemaal vertrouwde. 'Daar steekt iets achter,' zei ik tegen mezelf. En dat was ook zo.
De dag daarna heeft mama me verteld dat grote kinderen geen speen meer gebruiken. En toen heb ik samen met papa mijn speen in de vuilnisbak gegooid. Zo in een keer, plop! Ik heb nog even gekeken hoe hij daar lag op de bodem van de vuilnisbak. Mijn eigen blauwe speen, mijn vriend, helemaal alleen in die vieze vuilnisbak. Ik was een beetje verdrietig toen papa het deksel er weer op deed.
Die avond kreeg ik een cadeautje. Het is een mannetje met een blauwe broek en een rode pet. En zijn benen hebben dezelfde kleur als mijn pyjama. Hij heet Manuel. Ik weet niet precies waarom, maar toen ik hem openmaakte heb ik hem gelijk zo genoemd. Hij gaat nu mee naar bed. Zogezegd in plaats van mijn speen.
De eerste avond kon ik niet slapen. Ik voelde me zo alleen. Ik moest veel denken aan mijn speen in de vuilnisbak. Misschien lagen er nu wel andere vieze dingen bovenop. Ik was verdrietig, maar ik huilde niet. Ik heb wel papa geroepen. Die kwam even met mij praten. En hij zei ook dat ik al heel groot was en zo.
Gelukkig lagen Manuel en mijn aap nog in bed. Ik heb ze onder de deken gestopt, anders kregen ze het koud. Nadat ik heel lang had liggen denken aan mijn speen ben ik in slaap gevallen.
De volgende dag heb ik nog een paar keer in de vuilnisbak gekeken. Er zat een nieuwe vuilniszak in. De speen was er niet meer. Ik ben hem voor altijd kwijt. Dat is echt verschrikkelijk. Ik had nooit gedacht dat het nieuwe jaar zo zou beginnen.
Nu ben ik wel vrienden geworden met Manuel. Hij is best lief en ook lekker zacht. Toch zal het nooit meer hetzelfde worden. Maar zo gaat het soms in het leven.
Saturday, January 2, 2016
Een koud huis
Gisteren heb ik samen met papa oliebollen gebakken. Op het balkon stond een pan en daar deed papa iets wits in. En na een tijdje kwam er iets bruins uit. Het heet een oliebol. Ik mocht kijken, maar ik moest wel een muts op want het was heel koud.
De oliebollen waren warm. Zo warm zelfs dat ik ze niet gelijk mocht eten. Maar daarna wel. En ik vond ze zo lekker dat ik er wel twee op heb. Toen ik vanmorgen uit bed kwam heb ik gelijk even gekeken of er nog oliebollen over waren. Ze lagen in een schaal in de keuken. Gelukkig lagen er nog een paar in. Ik heb er nog eens twee opgegeten. En ook een appelflap. Toen was mijn buik helemaal vol.
Het is heel koud vandaag. De regen tikt tegen het raam. Soms is er ook hagel en mist en een beetje sneeuw. Ik ben maar niet naar buiten gegaan. Ik heb in huis gespeeld met de klei en naar liedjes geluisterd. In huis is het gelukkig wel warm. En er is ook genoeg te eten en te drinken.
Pas was het kerst. Toen kwamen er mensen op visite uit Nederland. Het was heel leuk want ze namen cadeautjes mee. En we gingen lekker eten. Papa deed een kalkoen in de oven. Die ging er ook wit in en kwam er bruin weer uit. Maar het duurde wel veel langer dan bij de oliebollen. Ik vind kalkoen erg lekker. Ik hoop dat het snel weer kerst is.
Net voor kerst was papa op bezoek bij de Syrische mensen in dit land. Toen hij terugkwam vertelde hij dat zij geen verwarming hebben net als wij. Hun huizen zijn erg koud en ze moeten heel de dag onder dekens zitten om een beetje warm te blijven. Sommigen hebben zelfs geen huis. Zij wonen in tenten. Daar is het nog kouder. En ze hebben niet genoeg geld om eten te kopen. Ik denk dat zij geen oliebollen konden bakken. Misschien hebben ze wel een beetje honger gehad met kerst.
Ik hoop dat deze mensen in het nieuwe jaar iets meer geld zullen krijgen. En ook dat de winter kort duurt en het snel weer een beetje warmer wordt. Dan hebben ze het niet meer koud en kunnen ze ook weer genoeg eten kopen.
Tuesday, December 15, 2015
Drie tegen nul
Mijn vader en moeder zijn heel slimme mensen. Ze weten precies wat ze willen. Soms willen ze hetzelfde en soms willen ze wat anders. Als het om mij gaat, willen ze eigenlijk altijd hetzelfde. Dat maakt mijn leven vreselijk lastig. Want het is dan altijd twee tegen een.
Als ik nog niet naar bed wil, willen papa en mama het wel. En als ik wil dat mama mij eten moet geven als papa het doet, doet mama het echt niet. Als ik een snoepje wil, mag het bijna nooit! Van papa niet en van mama ook niet. Er is gewoon geen speld tussen te krijgen.
Terwijl ik bijna begon te denken dat papa en mama altijd hetzelfde denken, gebeurde er iets bijzonders: de kerst kwam eraan. Eerst werd het al koud in huis en gingen we lekker de kachel aan doen. En bij het eten steken we kaarsen aan. Het worden er steeds meer. Eerst brandde er maar 1, maar nu zijn het er al 3. Twee kaarsen branden nog niet.
Toen we boodschappen gingen doen was de winkel helemaal versierd met groene takken. Er zaten ook lampjes in die knipperden. Papa zei tegen mama zeggen dat hij zulke takken best leuk vindt. Mama zei niet zo veel, maar haar gezicht zei genoeg. Mama houdt niet van groene takken. En dus kwamen er geen groene takken in ons huis. En ook geen knipperlichtjes.
Soms hoorde ik papa erover praten met mama. En volgens mij wilde papa er wel een. 'Het zou best leuk zijn voor Aron', zei hij. Mama dacht er erover na, maar ze was niet echt blij. Ik werd niet om mijn mening gevraagd. Dan konden we 'meeste stemmen gelden' doen. En dan was het zeker twee tegen een geworden. Voor grote mensen is de mening van een kind net lucht die voorbij vliegt.
Papa is een slimme man. Hij doet altijd heel lief tegen mama, maar ondertussen maakt hij heel goede plannetjes. Steeds weer noemde hij even die groene takken. Niet te veel, en niet te weinig, precies genoeg om zijn zin te krijgen.
En het is hem gelukt! Ons huis is nu versierd met groene takken. En er zitten ook lichtjes aan. Ik heb ze samen met papa in de vensterbank gelegd en vastgemaakt. De lampjes kunnen knipperen, maar ze kunnen ook niet knipperen. Meestal knipperen ze niet want dat vindt mama fijner.
Eerst vond mama het maar zo zo, maar toen vond ze het toch wel leuk. En ik zag aan haar dat ze het meende. Ik vind het ook leuk. Ik heb kleine cadeautjes in de takken gehangen. Het zijn geen echte cadeautjes, want als je ze uitpakt zit er alleen een stukje piepschuim in. Papa zegt dat ik ze niet uit moet pakken. Dat is weer zoiets onbegrijpelijks. Waarom zou je iets inpakken dat helemaal geen cadeautje is?
Vandaag heb ik gespeeld met de groene takken in de vensterbank. De takken zijn helemaal losgegaan en hangen nu naar beneden. Het ziet er niet zo mooi meer uit. Ik hoop dat papa ze snel maakt, want anders vindt mama het misschien toch niet meer mooi. Ik denk dat hij het vanavond direct weer repareert. Want dan vindt mama het ook weer mooi. En ik ook. En papa ook. Dat is mooi drie tegen nul.
Als ik nog niet naar bed wil, willen papa en mama het wel. En als ik wil dat mama mij eten moet geven als papa het doet, doet mama het echt niet. Als ik een snoepje wil, mag het bijna nooit! Van papa niet en van mama ook niet. Er is gewoon geen speld tussen te krijgen.
Terwijl ik bijna begon te denken dat papa en mama altijd hetzelfde denken, gebeurde er iets bijzonders: de kerst kwam eraan. Eerst werd het al koud in huis en gingen we lekker de kachel aan doen. En bij het eten steken we kaarsen aan. Het worden er steeds meer. Eerst brandde er maar 1, maar nu zijn het er al 3. Twee kaarsen branden nog niet.
Toen we boodschappen gingen doen was de winkel helemaal versierd met groene takken. Er zaten ook lampjes in die knipperden. Papa zei tegen mama zeggen dat hij zulke takken best leuk vindt. Mama zei niet zo veel, maar haar gezicht zei genoeg. Mama houdt niet van groene takken. En dus kwamen er geen groene takken in ons huis. En ook geen knipperlichtjes.
Soms hoorde ik papa erover praten met mama. En volgens mij wilde papa er wel een. 'Het zou best leuk zijn voor Aron', zei hij. Mama dacht er erover na, maar ze was niet echt blij. Ik werd niet om mijn mening gevraagd. Dan konden we 'meeste stemmen gelden' doen. En dan was het zeker twee tegen een geworden. Voor grote mensen is de mening van een kind net lucht die voorbij vliegt.
Papa is een slimme man. Hij doet altijd heel lief tegen mama, maar ondertussen maakt hij heel goede plannetjes. Steeds weer noemde hij even die groene takken. Niet te veel, en niet te weinig, precies genoeg om zijn zin te krijgen.
En het is hem gelukt! Ons huis is nu versierd met groene takken. En er zitten ook lichtjes aan. Ik heb ze samen met papa in de vensterbank gelegd en vastgemaakt. De lampjes kunnen knipperen, maar ze kunnen ook niet knipperen. Meestal knipperen ze niet want dat vindt mama fijner.
Eerst vond mama het maar zo zo, maar toen vond ze het toch wel leuk. En ik zag aan haar dat ze het meende. Ik vind het ook leuk. Ik heb kleine cadeautjes in de takken gehangen. Het zijn geen echte cadeautjes, want als je ze uitpakt zit er alleen een stukje piepschuim in. Papa zegt dat ik ze niet uit moet pakken. Dat is weer zoiets onbegrijpelijks. Waarom zou je iets inpakken dat helemaal geen cadeautje is?
Vandaag heb ik gespeeld met de groene takken in de vensterbank. De takken zijn helemaal losgegaan en hangen nu naar beneden. Het ziet er niet zo mooi meer uit. Ik hoop dat papa ze snel maakt, want anders vindt mama het misschien toch niet meer mooi. Ik denk dat hij het vanavond direct weer repareert. Want dan vindt mama het ook weer mooi. En ik ook. En papa ook. Dat is mooi drie tegen nul.
Monday, December 14, 2015
De tijger en de kerstman
Ik woon hier al heel lang, maar ik zie steeds weer nieuwe dingen. Pas ging ik met papa en mama naar de dierentuin. Want er is hier een echte dierentuin. Eigenlijk is hij niet heel echt, want hij is niet zo groot. Alle dieren zitten in best wel kleine hokken. En sommige waren wel een beetje dun.
Er was een tijger die heel de tijd langs het hek liep. Hij gromde erg en soms sprong hij met zijn poten tegen het hek aan. Papa zei dat hij honger had. Maar ik mocht hem niet voeren van papa. Anders had ik hem gerust een banaan gegeven. Op school hebben we ook een tijger, maar die is niet echt. Hij gromt niet en kan niet zelf lopen.
Er waren ook hele grote vogels in de dierentuin. Ze heten zee-arenden. Ze hadden donkere vleugels en een witte kop. Dat is precies andersom als bij zwarte piet. Die was hier pas ook, maar dat is weer een ander verhaal.
Ik heb ook heel lang gekeken bij de apen. Het waren er heel veel, wel meer dan de kinderen in mijn klas. Ze waren heel lief aan het spelen. Er was ook een baby-aap. Zijn moeder zorgde goed voor hem want ze hield hem steeds bij zijn staart vast.
In de dierentuin was ook een vliegtuig. Het draaide rond en ging de lucht in. Nou ja, een beetje dan. Eigenlijk was het een super nep vliegtuig. Ik wilde er niet in, want ik ben een echt vliegtuig gewend. Dat is veel mooier.
Ik vond het erg leuk in de dierentuin. En nu vraag ik iedere dag 'nog een keer dierentuin?'. Tot nu toe krijg ik daar weinig reactie op.
Vanmorgen gingen we koffie drinken bij Karibu. Dat is een koffietentje hier net naast de deur. Ik kom er best vaak en de meneer daar kent mij wel. Maar deze keer was het anders. Want voor de Karibu was nu ineens een andere winkel. Er lagen allemaal spullen op dozen en in kratten. Er was een sneeuwpop met lichtjes erin. En er was een kerstman die steeds heel langzaam omhoog en omlaag ging. Er was een kerstboom met allemaal hoofden van kerstmannen erin. En lichtjes die steeds aan en uit gingen.
Ik vond het zo mooi dat ik eigenlijk niet naar binnen wilde bij Karibu. Papa wilde toch koffie gaan drinken. Hij snapt denk ik niet dat ik nog nooit een sneeuwpop heb gezien. En het is dus belangrijk voor mij om te ontdekken wat een sneeuwpop is. En een kerstman. Een collega van papa had gezegd dat hij Kerstman wil spelen. Toen had papa nee gezegd, want wij doen niet aan de kerstman. Dat is echt wel jammer, want ik vind de kerstman supermooi.
Maar gelukkig heb ik wel Sinterklaas gezien. Hij was hier even op bezoek en ik kreeg een boek van Jip en Janneke. Ik was niet bang van Sinterklaas. Maar hij had wel een gekke snor, die zakte een beetje naar beneden. Samen met zwarte piet heb ik een tekening gemaakt. Er waren ook andere pieten in andere kleuren. Maar die zijn niet echt en daarom heb ik ook niet met hen gepraat. Want roze pieten zijn nep. En de kerstman ook. Geef mij maar sinterklaas. En een echte zwarte piet. En een echte tijger.
Friday, December 4, 2015
Een koffer vol
Het was een heel gesjouw. De koffers pasten maar net in de auto. En 1 koffer was helemaal van mij. Er zaten geen kleren in, die zaten in een andere koffer. In mijn koffer zaten allemaal cadeautjes. Die had ik gekregen omdat ik twee geworden was.
Mijn verjaardag was het allerleukste van de vakantie in Nederland. Oma had een taart gemaakt met een auto erop. Het was wel een beetje jammer dat papa die auto in stukken sneed en iedereen een stukje ging opeten. Nu kan ik er niet meer mee spelen. Maar gelukkig kreeg ik wel veel andere auto's. En ook een garage. En een trein. En een kleurboek van Winnie de Poeh. En nog veel meer eigenlijk, maar dat ben ik nu vergeten. Het was een koffer vol.
Het was leuk om in Nederland te zijn. Ik heb veel schapen en koeien gezien. En de poezen waren een beetje schoner dan hier. Ik heb ontdekt dat er in Nederland nooit zon is, alleen maar wolken en regen. En het is er ook altijd koud. Maar ik heb een nieuwe sjaal gekregen. Hij is grijs met blauw en hij is heel warm.
Eerst ging ik bij de ene opa en oma op bezoek. Daar ging ik bijna elke dag met Matthanja spelen. Hij is mijn vriend. Het was meestal heel leuk om met hem te spelen. Maar niet altijd. Ik had een rode bulldozer gekregen voor mijn verjaardag. Ik was ermee aan het spelen, maar Matthanja wilde hem ook. Toen gingen we er allebei hard aan trekken. En toen brak de bulldozer ineens in twee stukken. Matthanja was geschrokken en ik moest erom huilen. Mama zei tegen papa: 'ik dacht al dat het een beetje slechte kwaliteit is'. Dus het was te verwachten. Daarna kreeg ik een nieuwe auto. Voor de zekerheid heb ik hem nooit aan Matthanja laten zien.
Daarna gingen we naar de andere opa en oma. Op de eerste dag moest ik met mama naar het ziekenhuis. Niet omdat ik ziek was, maar omdat ik een prik moest krijgen. Twee prikken eigenlijk. Er kwamen twee mannen in witte jassen en ze prikten tegelijk in mijn beide benen. Ze hadden verwacht dat ik zou gaan huilen. Maar ze wisten niet dat ik al 2 jaar was. Dan huil je niet meer voor zo'n klein beetje pijn. Ik kreeg op allebei mijn benen een pleister. Maar die zijn er nu al lang weer af.
Bij de andere opa en oma heb ik heel vaak naar de vogels van opa gekeken. Sommige zitten in een heel groot hok. En opa heeft ook kleine hokken. Van opa heb ik een mooi boek gekregen met foto's van vogels. Daar kijk ik nu iedere dag even in. Dan kan ik aan de vogels denken. En ook aan opa natuurlijk.
Toen de vakantie om was, gingen we weer naar het vliegveld. Al mijn cadeaus gingen in een koffer en die gaf papa aan een mevrouw achter een hoge tafel. Toen gingen we nog even koffie drinken en heb ik heel veel mensen een knuffel gegeven. Daarna moesten we echt gaan. Ik heb heel hard 'doei doei' geroepen en iedereen was aan het zwaaien. Daarna zag ik ze niet meer.
We kwamen 's avonds laat weer aan in ons huis. Ik ben gelijk naar mijn speelgoed gehold. Het was zo leuk om het weer te zien, dat ik eerst een tijdje stil heb staan kijken. Daarna gingen we de koffers uitpakken. Dat was echt een groot feest. Eigenlijk moest ik al lang naar bed, maar deze keer mocht ik wel even opblijven. Al mijn cadeaus kwamen tevoorschijn. Steeds als er iets uit de koffer kwam riep ik 'O ja, die!' Toen de koffer leeg was, ben ik toch maar gaan slapen. Heerlijk in mijn eigen bed. Mijn aap was ook weer meegekomen uit Nederland. En terwijl ik in bed lag heb ik nog even gekeken naar mijn mooie tent. Ik ben heel blij dat we weer terug zijn.
Mijn verjaardag was het allerleukste van de vakantie in Nederland. Oma had een taart gemaakt met een auto erop. Het was wel een beetje jammer dat papa die auto in stukken sneed en iedereen een stukje ging opeten. Nu kan ik er niet meer mee spelen. Maar gelukkig kreeg ik wel veel andere auto's. En ook een garage. En een trein. En een kleurboek van Winnie de Poeh. En nog veel meer eigenlijk, maar dat ben ik nu vergeten. Het was een koffer vol.
Het was leuk om in Nederland te zijn. Ik heb veel schapen en koeien gezien. En de poezen waren een beetje schoner dan hier. Ik heb ontdekt dat er in Nederland nooit zon is, alleen maar wolken en regen. En het is er ook altijd koud. Maar ik heb een nieuwe sjaal gekregen. Hij is grijs met blauw en hij is heel warm.
Eerst ging ik bij de ene opa en oma op bezoek. Daar ging ik bijna elke dag met Matthanja spelen. Hij is mijn vriend. Het was meestal heel leuk om met hem te spelen. Maar niet altijd. Ik had een rode bulldozer gekregen voor mijn verjaardag. Ik was ermee aan het spelen, maar Matthanja wilde hem ook. Toen gingen we er allebei hard aan trekken. En toen brak de bulldozer ineens in twee stukken. Matthanja was geschrokken en ik moest erom huilen. Mama zei tegen papa: 'ik dacht al dat het een beetje slechte kwaliteit is'. Dus het was te verwachten. Daarna kreeg ik een nieuwe auto. Voor de zekerheid heb ik hem nooit aan Matthanja laten zien.
Daarna gingen we naar de andere opa en oma. Op de eerste dag moest ik met mama naar het ziekenhuis. Niet omdat ik ziek was, maar omdat ik een prik moest krijgen. Twee prikken eigenlijk. Er kwamen twee mannen in witte jassen en ze prikten tegelijk in mijn beide benen. Ze hadden verwacht dat ik zou gaan huilen. Maar ze wisten niet dat ik al 2 jaar was. Dan huil je niet meer voor zo'n klein beetje pijn. Ik kreeg op allebei mijn benen een pleister. Maar die zijn er nu al lang weer af.
Bij de andere opa en oma heb ik heel vaak naar de vogels van opa gekeken. Sommige zitten in een heel groot hok. En opa heeft ook kleine hokken. Van opa heb ik een mooi boek gekregen met foto's van vogels. Daar kijk ik nu iedere dag even in. Dan kan ik aan de vogels denken. En ook aan opa natuurlijk.
Toen de vakantie om was, gingen we weer naar het vliegveld. Al mijn cadeaus gingen in een koffer en die gaf papa aan een mevrouw achter een hoge tafel. Toen gingen we nog even koffie drinken en heb ik heel veel mensen een knuffel gegeven. Daarna moesten we echt gaan. Ik heb heel hard 'doei doei' geroepen en iedereen was aan het zwaaien. Daarna zag ik ze niet meer.
We kwamen 's avonds laat weer aan in ons huis. Ik ben gelijk naar mijn speelgoed gehold. Het was zo leuk om het weer te zien, dat ik eerst een tijdje stil heb staan kijken. Daarna gingen we de koffers uitpakken. Dat was echt een groot feest. Eigenlijk moest ik al lang naar bed, maar deze keer mocht ik wel even opblijven. Al mijn cadeaus kwamen tevoorschijn. Steeds als er iets uit de koffer kwam riep ik 'O ja, die!' Toen de koffer leeg was, ben ik toch maar gaan slapen. Heerlijk in mijn eigen bed. Mijn aap was ook weer meegekomen uit Nederland. En terwijl ik in bed lag heb ik nog even gekeken naar mijn mooie tent. Ik ben heel blij dat we weer terug zijn.
Subscribe to:
Posts (Atom)







