Thursday, April 7, 2016

Mijn leven als reisleider


De afgelopen week was ik de reisgids voor opa en oma. Papa was de chauffeur. Mama deed aan persoonlijke begeleiding. We waren een goed team. Vandaag zijn we weer teruggekomen in Amman. Nu kan ik eindelijk een beetje uitrusten. En weer in mijn eigen bed slapen.

Ik heb opa en oma heel het land laten zien. Het kasteel van Karak. De diepe dalen van Dana. De paleizen van Petra. En de woeste woestijn van Wadi Rum. Ze keken hun ogen uit. Dat is logisch, want zoiets hadden ze nog nooit gezien.

Ik heb goed voor opa en oma gezorgd. Elke dag was er lekker eten. Er was zelfs patat bij het ontbijt. Ik denk dat opa en oma dat het allerlekkerst vonden.

Maar ik wilde ze ook niet te veel verwennen. Anders vinden ze straks hun huis in Nederland niet meer mooi. Eerst sliepen we in mooie hotels. Maar in Wadi Rum moesten ze in een tent slapen. Ze klaagden wel een beetje dat de bedden kraakten en de lakens niet schoon waren. Ik heb er stiekem om gelachen. Want ik had mijn campingbedje en mijn eigen lakens bij me.

We gingen eten bij een bedoeïen. Dat is iemand die altijd aan het kamperen is. Hij heette Khaled en kon heel mooi zingen. Hij kon ook lekker eten koken. Hij stopte al het eten in een vuur onder de grond. En een tijdje later was het eten klaar. Ik vond vooral de rijst lekker.

Reisleider zijn is best vermoeiend. Soms kon ik echt niet meer. Dan viel ik zomaar in slaap in mijn stoeltje. Of als ik bij iemand op schoot zat. Maar de rest van de tijd heb ik goed mijn best gedaan om ze alles te laten zien. Mama hielp ze om alle indrukken te verwerken. En papa heeft ze overal veilig naartoe gereden. Onderweg heb ik veel nieuwe liedjes geleerd van oma. Die ken ik nu uit mijn hoofd.

Morgen gaan opa en oma weer naar Nederland. Papa vindt dat hun leven nu een beetje completer is. Ik weet niet zo goed wat dat betekent, maar het klinkt wel mooi. Ik hoop dat ze nog heel lang zullen terugdenken aan hun vakantie in Jordanië. Ik zal ook altijd aan hen blijven denken. En als ik ze mis, ga ik gewoon een van oma's liedjes zingen.

Thursday, March 31, 2016

Een domme oma


De opa's en oma's zijn aangekomen. Ze hadden koffers vol cadeautjes bij zich. Iedere dag krijg ik een ander cadeautje. Ze zijn allemaal heel erg mooi. Vandaag kreeg ik het grote boek van Jip en Janneke. Het is nog groter dan de kinderbijbel. Het zal wel heel lang duren voordat ik alle verhalen uit dit boek heb gelezen.

Opa en oma weten niet zo veel van Jordanie. Maar ik help ze wel. Gisteren heb ik ze de Dode Zee laten zien. Eigenlijk is het water in deze zee heel vies. Dat zegt mama tegen mij. Daarom mag ik er niet in zwemmen. Opa en oma zijn een beetje eigenwijs. Zij gingen er toch in zwemmen, Toen klaagde oma dat haar ogen prikten. Dat is eigenlijk gewoon haar eigen schuld.

Daarna deden ze nog iets dommers: ze gingen zich insmeren met vieze modder. Ze werden helemaal zwart. Net zo zwart als zwarte piet. Het zag er echt heel vies uit. Ik kon het bijna niet aanzien. Daarna gingen ze zich schoonspoelen. Ze vonden het heel grappig, want ze moesten steeds lachen. Ik vond er niets grappigs aan. Het was gewoon vies.

Ik ben met mama in het zwembad gaan zwemmen. Daar was het water wel schoon. Oma kwam ook nog even zwemmen. Ik heb eerst gekeken of er geen modder meer op haar badpak zat. Maar gelukkig was het weer schoon.

Daarna gingen we naar een stad. Daar gingen we een museum en een kerk bekijken. Oma moest eerst naar de WC. Maar toen is er iets heel ergs gebeurd. Ze lette niet goed op en toen is haar telefoon is in de WC gevallen. Hij was helemaal nat en vies. En hij stonk ook verschrikkelijk. Oma zat er een beetje over te klagen. Ik heb net gedaan of ik het erg jammer vond. Maar eigenlijk vind ik het wel meevallen. Want zeg nou zelf, wat is er nu erger: modder op je lijf of poep op je mobiel?

Saturday, March 26, 2016

Hoog bezoek


Het heeft heel lang geduurd. Ik ben al weken nachtjes aan het aftellen. Maar nu is het nog maar 1 nachtje. Dan komen opa en oma. Zij komen op visite bij ons in Jordanie.

Ik ben heel druk geweest met de voorbereidingen. Vanmorgen moest ik al vroeg op, want een meneer kwam een bus brengen. Samen met papa moest ik kijken of het een goede bus was. En of er geen deuken in zaten. We zijn er samen omheen gelopen. De bus zag er mooi uit. Dus papa heeft het contract getekend en ik heb de sleutel gekregen van de meneer.

Daarna moesten we naar de buurvrouw om een bed en een matras op te halen. En ook kussen en lakens. Ik heb het allemaal in de lift gelegd en naar de juiste verdieping gestuurd. Ik zelf ging met de trap, want er was geen plaats meer in de lift.

Mijn eigen bed staat nu op de kamer van papa en mama. Want opa en oma gaan in mijn kamer slapen. De andere opa en oma gaan in de kamer van Clare. Ik noem het Clare's kamer, omdat Clare vaak bij ons komt logeren. Maar nu wordt het even opa en oma's kamer.

Het was een enorm werk om alle bedden op te maken. Ik heb de grond geveegd met de grote bezem. En daarna ging ik ook nog de koelkast schoonmaken. Dat vond ik wel een beetje overdreven, want hij was niet echt vies. Maar ja, papa en mama wilden het toch, dus ik heb het maar gedaan.

Opa en oma zitten nu in het vliegtuig. Vanavond gaat papa ze ophalen met de grote bus. En als ik morgen wakker word, zijn ze er. Ik hoop dat ik een cadeautje van ze krijg. Maar dat weet ik niet zeker. En papa en mama hebben er niets van gezegd.

Daarna gaan we op vakantie met de bus. We gaan slapen in een hotel. Voor opa en oma is dat bijzonder. Maar ik ben dat wel gewend. Ik zal hen wel uitleggen hoe het er in een hotel aan toe gaat. Er is ook een zwembad. Dat vind ik het allerleukst. En we gaan eten in een restaurant. Als opa en oma niet weten hoe dat werkt, mogen ze het altijd aan mij vragen.

Het regent wel een beetje bij ons. Ik hoop dat opa en oma daar niet verdrietig van worden. In ons huis is het gelukkig droog en warm. En er zijn turtles. Die ga ik aan hen laten zien. Dan worden ze vast heel blij.

Saturday, March 12, 2016

De dieren thuis


De dierentuin is leuk. Soms gaan we er naar toe. Er zijn apen en leeuwen. En ook hele grote vogels met een oranje snavel. Maar nu hoef ik er eigenlijk niet meer heen. Want thuis heb ik ook allemaal dieren.

We gingen naar een straat die vol is met dierenwinkels. Wel honderd denk ik. Bij alle winkels hingen vogelkooitjes. In het raam zwommen vissen. Sommige waren heel groot. Er waren ook honden en poezen. Er waren twee kleine witte poesjes in een kooi. Ze waren heel lief. Maar die gingen we niet kopen.

We gingen naar een speciale winkel voor schildpadden. Daar mocht ik vier kleine schildpadjes uitkiezen. Ze zijn net zo klein als mijn hand. Dus best wel groot. En we kochten ook een gele vogel. Hij zat in een rood kooitje. We hebben het allemaal in de auto mee naar huis genomen. Onderweg stond de vogel naast mij op de achterbank. Hij zag er een beetje bang uit. Ik heb heel lief naar hem gekeken, maar het hielp niet.

Thuis ging ik met papa stenen zoeken in de tuin. Toen ging hij met de gieter water in het aquarium doen. En daarna legde hij de stenen op elkaar. Eerst rolden ze allemaal om. Toen ging mama het proberen. Die heeft wat meer geduld. Toen lukte het wel. En daarna deed papa de schilpadden erin. Ze gingen gelijk zwemmen. Ik kon het zien door het raam. 

Als ze moe zijn, gaan ze op een steen zitten. Dat is net zoiets als mijn bed zeg maar. Daar ga ik ook naar toe als ik wil uitrusten.

Iedere dag geef ik een beetje eten aan de schildpadden. Het komt uit een potje. En het stink nog erger dan een luier. Maar de schildpadden vinden het toch lekker. Ze zijn dus wel een beetje raar.

Elke dag ga ik kijken naar de schildpadden. Dan zeg ik met mijn liefste stem: kom maar turteltje. Ze kunnen heel goed zwemmen. Ze hoeven geen zwembandjes om. Mama heeft met de stenen een brug gebouwd in het aquarium. Heel soms zwemmen ze daar doorheen. 

De gele vogel staat ook in de kamer. Hij fluit heel hard. En soms doet hij niets. Dan zijn zijn veren heel dik en zie je zijn ogen niet. Maar als hij fluit doet hij zijn bek in de lucht. 

Ik vind deze dieren erg leuk. En papa en mama ook. Ik denk eigenlijk dat zij het nog leuker vinden dan ik. Maar dat zeg ik natuurlijk niet,

Saturday, February 27, 2016

De preek van de week


Gisteren heb ik weer in de tuin gespeeld. Dat was heel lang geleden. Eerst was het koud. En het regende veel. Toen was het niet fijn in de tuin. Maar nu is het lente. Ik heb in de zandbak gespeeld. En bloemen geplukt. Ik werd er blij van. Maar ik werd wel een beetje gestoord.

Het was vrijdagmiddag. Dat is eigenlijk net als zondag. Mensen gaan dan naar de kerk. Het is niet een echte kerk. Het heet een moskee. Ze gaan er elke dag heen. Maar op vrijdag gaan er extra veel mensen. Soms is het zo druk dat de mensen op straat moeten zitten. Ze zitten dan allemaal op een rijtje. Het lijkt net een school.

Ik denk dat de vloer in de moskee niet zo schoon is. Want de mensen nemen altijd een eigen kleed mee om op te zitten. Dan blijven ze mooi schoon.

Er is een meneer die hard schreeuwt door een luidspreker. Ik kan het zelfs in de zandbak horen. Dat is niet zo fijn. Soms praat de meneer even zachtjes, maar daarna direct weer heel hard. Hij schreeuwt van alles. Ik versta het niet. Maar hij wil wel dat iedereen het hoort. Het klinkt best lelijk. En het duurt heel lang.

Als de preek eindelijk is afgelopen, gaan de mensen naar huis. Ze lopen  met hun kleedje onder hun arm over straat. Sommigen hebben een baard. Niet zo'n korte die papa soms heeft, maar juist een hele lange. En ze hebben een jurk aan.

Als ze thuis zijn, trekken ze weer gewone kleren aan. En dan kan ik eindelijk weer rustig verder spelen in mijn zandbak.

Sunday, February 14, 2016

Vieze dingen

Chips zijn lekker. Snoepjes ook. En pindakaas. Dat zit op mijn boterham als ik naar school ga. Maar er zijn ook veel dingen in Jordanie die niet lekker zijn. Helemaal niet. Ze zijn juist vies.

Koffie bijvoorbeeld. Het lijkt op het water in de Jordaan. Het is bruin en het stinkt. Ik ga het echt nooit drinken.

De auto's in de stad zijn ook vies. Ik zie ze vanuit het raam door de straat rijden. Sommige auto's maken zwarte rookwolken. Die komen zo omhoog naar ons balkon. Die rook ruikt niet lekker. Gelukkig waait hij snel weer weg.

Soms stinkt het in ons huis ook een beetje. Dat komt omdat mijn emmer met luiers vol is. Dan knoopt papa of mama hem snel dicht en zet hem buiten de deur. Abu Mona komt hem dan ophalen. Hij brengt de zak naar een grote bak buiten op straat. Iedere dag komt er een vuilniswagen en die brengt hem weg.

Ik denk dat Abu Mona geen wasmachine heeft. Want zijn kleren ruiken ook een beetje vies. Er zitten ook gaten in. Hij is best arm. Al zijn verdiende geld stuurt hij op naar zijn familie. Die wonen in Egypte. Daarom heeft hij geen geld om nieuwe kleren te kopen.

Er is nog een ding dat echt heel vies is. Het is het allervieste van de hele wereld. En het zit heel vaak op mijn gezicht. Het komt erop omdat veel vrouwen mij een kus willen geven. Zomaar ineens. In een winkel. Op straat. Of op papa's werk. Dan geven ze zonder te vragen een kus op mijn wang. Dat is nog niet zo heel erg. Het allerergste is dat er een kleverige lipstick op mijn wang achterblijft. Die moet mama of papa dan weer eraf poetsen. Bah!

Ik wil dat dit niet meer gebeurt. Daarom heb ik een nieuw woord geleerd. Als er weer zo'n vrouw op mij afkomt, roep ik heel hard: No Kissing! Hopelijk blijven ze dan van mij af. Ze gaan maar gewoon hun eigen man een kus geven. En als ze naar me luisteren, zeg ik daarna heel lief: I love you too. Want dat heb ik ook pas geleerd.

Tuesday, February 9, 2016

Iedereen gefopt

Heel veel mensen wilden het weten: wat voor cadeau heeft papa gekregen? En sommige mensen dachten dat ik het misschien toch verklapt had. Natuurlijk niet! Het cadeau is heel mooi. Maar ik heb iedereen mooi gefopt.

Papa wilde een cadeau hebben dat je hier niet kunt kopen. Ik denk dat het alleen in Nederland te koop is. Mama heeft aan oma gevraagd om het te kopen. Over heel veel nachtjes komt oma hierheen en dan neemt ze het mee.

Samen met mama heb ik van karton het cadeau nagemaakt. Mama heeft er met grote letters 'Bose' op geschreven. Uit het echte cadeau komt mooie muziek. Maar dit cadeau was nep. Er komt helemaal geen muziek uit. Toch hebben we het ingepakt als een echt cadeau. Papa dacht dat hij een mooi cadeau kreeg, maar toen was het van karton. Hij keek mooi op zijn neus. En ik moest er hard om lachen. Maar als hij echte cadeau krijgt, wordt hij denk ik wel blij.

Ik heb ook nog een mooie boekenlegger voor papa gemaakt. Die was wel echt. Ik heb er een sticker van een vliegtuig en een auto op geplakt. En er staat op: voor de allerliefste papa. Wat dat is hij wel. Nou ja, meestal dan.

's Morgens heb ik een liedje voor papa gezongen. Het heet Happy Birthday to You. Dat zingen we op school ook altijd. Na een tijdje dacht papa dat het liedje uit was, maar ik moest nog verder. Want dan zingen we ook altijd 'Sane Helwe Ye Gamiel'. Dat betekent precies hetzelfde, maar dan in het Arabisch. Dus ik zei tegen papa: No no, niet klaar, Sana Helwa nog. Dat waren wel een beetje veel talen door elkaar. Maar gelukkig begreep papa het. Want hij is niet alleen lief, maar ook best slim. 

Na het liedje gingen we dikke pannenkoeken eten. Met lekker veel stroop. Mama had ze gebakken. En ik had geholpen.

's Avonds kwam Lucy op mij passen. Dan konden papa en mama samen een avondje weg. Het was heel gezellig met Lucy.Maar eerst wilde ik niet dat zij mijn pyjama ging aandoen. Ik heb me verstopt in de tent. Na een tijde moest ik er echt uit van Lucy. Normaal is ze niet zo streng. Maar nu wel, omdat papa en mama er niet waren. Ze zong ook nog een liedje. Dat kende ik niet. Maar het was wel mooi. 

Papa's verjaardag was een heel leuke dag. Ik zou willen dat hij elke dag jarig is. 

Saturday, February 6, 2016

Een groot geheim

Ik heb een geheim. Alleen mama weet het. Verder niemand. En dat moet zo blijven. In ieder geval tot maandag. Want dan is papa jarig.

Deze week was best druk. Samen met mama moest ik op zoek naar een cadeau. Papa had opgeschreven wat hij graag wilde hebben. Ik ben met mama naar de winkels gegaan om het cadeau te vinden. We moesten het stiekem doen, want papa mocht het niet weten. En toen we thuiskwamen, moesten we het cadeau verstoppen. Het ligt nu op een geheime plek. Papa kan het nooit vinden.

Papa wilde toch graag weten wat we gekocht hadden. Hij probeerde het eerst bij mama. Maar die zei niets. En bij mij probeerde hij ook. Maar mijn lippen zaten op slot. Hij is gewoon veel te nieuwsgierig.

Maandagmorgen begint papa's verjaardag. Hij wordt dan heel oud. Mama zegt dat hij al grijze haren en inhammen krijgt. Maar papa zegt dat het niet waar is. Soms draagt papa mij. Dan kijk ik goed naar zijn haren, maar ik heb nog nooit een grijze haar gezien. En wat inhammen zijn, weet ik eigenlijk niet.

We gingen het cadeau van papa ook inpakken. Dat moest gebeuren toen papa weg was. Hij moest vandaag even een boodschap doen. Toen heeft mama snel het cadeau gepakt uit onze schuilplaats. En uit de kast pakte ze de mand met papier. En toen hebben we het heel mooi ingepakt. Maandagmorgen mag papa het cadeau openmaken.

Morgen heb ik een drukke dag. Er moet nog van alles gebeuren voor de verjaardag. 's Avonds gaat papa een taart maken. Als ik nog tijd over heb, ga ik misschien wel een tekening voor hem maken. Dat doe ik dan in mijn tent. Zo blijft het een verrassing voor papa.

Ik vind het wel spannend. Soms wil ik het bijna verklappen. Maar dan doe ik het toch niet. Eigenlijk zou ik het willen opschrijven op mijn blog. Maar papa leest mijn blog ook. Want hij vindt het 'zoooo leuk geschreven', zegt hij dan. Dus ik kan het echt niet opschrijven.

We moeten gewoon wachten op maandag. Dan is het groot feest. Eindelijk mag ik het grote geheim dan verklappen. Maar tot die tijd blijven mijn lippen mooi op slot.