Papa en mama hebben een goed besluit genomen: ik hoef 's middags niet meer naar bed. Dat was al lang niet meer nodig. Maar dat begrepen ze eerst niet. Dan moest ik toch steeds, maar ik had er geen zin in. Nu snappen ze het eindelijk ook.
Ik ben al bijna drie jaar. En als de zon wakker is, wil ik spelen. Met mijn winkel. Of met de verf. Of ik ga voetballen op het balkon. Dat is veel leuker dan naar bed gaan. Alleen kleine kinderen moeten 's middags nog slapen.
Het is heel goed dat ik niet meer naar bed ga. Want dan slaap ik 's avonds eerder. En 's morgen word ik later wakker. Dat zeggen papa en mama. En daar zijn ze best tevreden mee. Maar echt tevreden zijn ze ook weer niet. Want nu worden ze aan het begin van de avond vaak een beetje boos op mij. Ze vinden dan dat ik niet lief ben.
Papa en mama begrijpen niet dat het erg moeilijk is om heel de dag wakker te blijven. Als het 's avonds etenstijd is, is mijn hoofd verschrikkelijk moe. Ik kan dan niet goed meer nadenken. Eten lukt ook niet goed. Omdat ik zo moe ben, kan ik ook niet steeds netjes op mijn stoel blijven zitten. En alle dingen die ik dan wil, willen papa en mama juist niet.
Als je moe bent, is het vooral moeilijk om je tanden te poetsen. Dat gaat gewoon niet. Dat vertel ik papa en mama iedere dag. Maar ze luisteren niet. Of ze geloven het niet. Dan moet ik toch mijn tanden poetsen.
Soms ben ik zo moe dat ik even op de grond van de badkamer ga liggen. Dan kan ik gewoon niet meer. Maar dan hoor ik direct dat ik weer moet opstaan. Dat is echt vreselijk. Dan moet ik huilen. En als je huilt, kun je echt niet goed naar je papa en mama luisteren.
Soms worden papa en mama boos op mij. Dat maakt het alleen maar erger. Hoe kun je nu boos worden op een heel moe jongetje van bijna drie jaar? Ik moet dan vaak nog harder huilen. Door het huilen heen roep ik dan: 'Sorry'. Dat helpt meestal wel.
Als we op mijn slaapkamer aankomen, gaat het wel beter. Dan lezen we nog even van Jip en Janneke. Dan huil ik niet meer. En papa en mama zijn ook weer heel lief tegen mij. Zo eindigt elke dag toch weer goed. Maar het is wel jammer dat papa en mama niet begrijpen hoe zwaar het is voor mij.
Monday, August 1, 2016
Tuesday, July 12, 2016
Mijn broek zakt af
Eindelijk is het
zo ver. Na lang wachten hoef ik eindelijk geen luiers mee om. Ik plas gewoon op de WC. Net als de grote
mensen.
Mama had een slim
plan bedacht. Op de deur van de WC hing een groot papier. Daar kon je stickers
op plakken. Steeds als ik een plasje had gedaan mocht ik een sticker erop
plakken. En toen het papier vol was, kreeg ik een cadeau.
Ik mocht het
cadeau zelf uitzoeken. We gingen naar de winkel van de lieve oude meneer. Die
is heel dichtbij. Het is een grote winkel met veel speelgoed. Er staan fietsen
en auto’s voor kinderen. Daar rijd ik altijd even een rondje op. Ik wil graag
zo’n fiets hebben. Maar dat was wel iets te groot dacht ik. Zo bijzonder is dat
plassen op de WC nu ook weer niet. Ik heb een trein uitgekozen, met een rails
en een brug. In Jordanie is geen echte trein. Maar in Nederland wel. Als ik met
de trein speel, kan ik even aan Nederland denken.
Op school plas ik
nu ook op de WC. Daar zijn de wc’s veel kleiner dan thuis. En de wasbak is veel
lager. Daarom is het eigenlijk het fijnst om op school naar de WC te gaan.
Papa en mama zijn
blij dat ik geen luier meer om hoef. Dat hebben ze al heel vaak gezegd. Ik vind dat een beetje overdreven.
Want het is wel handig, maar het heeft ook veel nadelen.
Het grootste
nadeel is dat ze me nu wel honderd keer per dag op de WC zetten. Maar ik heb
geen honderd plasjes per dag. De meeste keren is het dus helemaal voor niets. En
als ik er weer af kom, moet ik ook nog eens mijn handen wassen. Het kost me een
hoop tijd zo.
Het is ook lastig
dat je soms je plas moet ophouden. Als je in de auto zit bijvoorbeeld. Of in de
kerk. Soms zit er heel veel plas in mijn buik, maar dan mag het er niet uit.
En verder zakken
al mijn broeken af. Als ik loop, zakken ze steeds een beetje lager. Ik moet ze
steeds weer ophijsen. Met een luier om bleven ze veel fijner zitten. Ik hoop maar dat ik snel groei. Dan zullen mijn broeken nooit meer afzakken.
Friday, July 8, 2016
Feest in het land
Het is feest bij ons. Iedereen heeft nieuwe kleren aan. En overal klinkt muziek. Dat komt omdat de Ramadan over is. Eindelijk mogen de mensen weer eten.
Eerst mocht je alleen eten als zon sliep. Maar hij ging pas heel laat slapen. En hij werd weer vroeg wakker. Dus je kon maar heel even eten. Daarna moest je mond weer op slot.
Ramadan duurde heel lang. Veel mensen werden er een beetje moe van. Want 's nachts waren ze druk met eten. En overdag gingen ze toch weer in de auto rijden of werken. De ogen van veel mensen waren erg slaperig.
Ik moest ook vasten. Niet van het eten, maar van school. Want de school was dicht. Alle kinderen en juffen hadden wel vier weken vakantie. Eerst was dat heel leuk. Maar nu mis ik de school wel. Want thuis hebben we geen glijbaan. En ook geen grote zandbak. En ik wil mijn vriend Ali weer graag zien.
Nu is de Ramadan over en is het drie dagen lang feest. De winkels zijn dicht. Papa en mama hoeven niet te werken. 's Morgens willen ze graag uitslapen. Maar ik wil dat niet. En dus slaapt alleen mama uit.
Vanmiddag heb ik lekker in mijn zwembad gespeeld. En samen met papa de bloemen op het balkon water gegeven. Dat is ook best feest. Morgen gaan we een dagje weg. We gaan naar een andere stad die heet Madaba. Daar heb je heel veel mooie dingen. We gaan er ook eten in een restaurant. Zo vieren wij het feest ook een beetje mee.
Morgen is de laatste vrije dag. Dan is Ramadan echt over. En het feest ook. Dan mag ik eindelijk weer naar school. Eigenlijk is dat het grootste feest.
Eerst mocht je alleen eten als zon sliep. Maar hij ging pas heel laat slapen. En hij werd weer vroeg wakker. Dus je kon maar heel even eten. Daarna moest je mond weer op slot.
Ramadan duurde heel lang. Veel mensen werden er een beetje moe van. Want 's nachts waren ze druk met eten. En overdag gingen ze toch weer in de auto rijden of werken. De ogen van veel mensen waren erg slaperig.
Ik moest ook vasten. Niet van het eten, maar van school. Want de school was dicht. Alle kinderen en juffen hadden wel vier weken vakantie. Eerst was dat heel leuk. Maar nu mis ik de school wel. Want thuis hebben we geen glijbaan. En ook geen grote zandbak. En ik wil mijn vriend Ali weer graag zien.
Nu is de Ramadan over en is het drie dagen lang feest. De winkels zijn dicht. Papa en mama hoeven niet te werken. 's Morgens willen ze graag uitslapen. Maar ik wil dat niet. En dus slaapt alleen mama uit.
Vanmiddag heb ik lekker in mijn zwembad gespeeld. En samen met papa de bloemen op het balkon water gegeven. Dat is ook best feest. Morgen gaan we een dagje weg. We gaan naar een andere stad die heet Madaba. Daar heb je heel veel mooie dingen. We gaan er ook eten in een restaurant. Zo vieren wij het feest ook een beetje mee.
Morgen is de laatste vrije dag. Dan is Ramadan echt over. En het feest ook. Dan mag ik eindelijk weer naar school. Eigenlijk is dat het grootste feest.
Saturday, July 2, 2016
De Midden Dode Zee
Ik heb heel lang niet geschreven. Want ik was op reis. We gingen naar een ver land. Het heet Cyprus. Je kon er lekker zwemmen. En de zon was er altijd heel vroeg wakker.
Eerst gingen we in het vliegtuig. De koffers en mijn autostoeltje gingen mee. We gingen de lucht in en de huizen werden steeds kleiner. Uit het raampje zag ik de Dode Zee. Eerst vond ik het een beetje eng. Maar later niet meer en toen ging ik een tekening maken
Toen we aankwamen, stond er een auto op ons te wachten. Hij was niet zo mooi als papa's auto. Hij was een beetje kleiner en het stuur zat aan de andere kant. Ik kon papa niet zo goed zien vanuit mijn stoeltje. Maar mama wel.
In Cyprus kon je gewoon op straat snoepjes eten. In Jordanie is dat nu verboden want het is Ramadan. Ik vond het wel fijn om in Cyprus te zijn. Omdat je er gewoon kon eten. Maar ook omdat je er kon zwemmen. Dat was het allerleukste van Cyprus.
Ons huis in Cyprus had een mooi zwembad. Daar ging ik iedere dag in. Het water was net zo warm als thuis in bad. Ik had ook een echte boot. Daar ging ik in zitten en dan ging papa of mama er een speedboot van maken. Bij papa ging het alleen iets sneller dan bij mama.
We gingen ook naar een zee. Die had een moeilijke naam. Ik noemde hem de Midden Dode Zee. Daar ging ik in zwemmen. Het water was niet vies zoals in de Dode Zee. Op de bodem lagen stenen. Die ging ik samen met papa oprapen en weer in het water gooien. Elke steen had een andere kleur. De mooiste steen hebben we meegenomen naar huis. Die ligt nu in de kamer op tafel.
We gingen ook de grens over naar een ander land. Dat was zomaar midden in de stad. De politie ging naar mijn paspoort kijken. Alles was in orde en we mochten verder lopen. Toen waren we ineens in Turkije. Daar gingen we even koffie drinken. Daarna gingen we weer lopend terug naar Cyprus.
In Cyprus was ook een dierentuin. Met echte olifanten en leeuwen. Er waren vogels met heel veel kleuren. Het mooiste waren de papegaaien. Ze konden zelfs fietsen en in een autootje rijden. In het winkeltje hebben we een papegaai gekocht voor mij. Die hebben we ook meegenomen naar huis.
Na twee weken gingen we weer terug naar Jordanie. Het was heel leuk in Cyprus. Maar het is ook fijn om weer thuis te zijn. Bij mijn eigen speelgoed. En dichtbij de Dode Zee. Als ik weer even aan Cyprus wil denken, kijk ik naar de steen uit de zee. Of ik ga even spelen met mijn papegaai.
Tuesday, May 31, 2016
Sorry zeggen
Omdat ik nu heel groot ben (meer dan 2 jaar), kan ik al goed praten. Dat is handig, want dan kun je uitleggen wat je bedoelt. Maar het brengt ook een hoop ellende met zich mee.
Soms zeg ik iets en dan begrijpen de mensen het niet. Bij papa en mama gaat het nog wel, maar bij andere mensen is het soms echt verschrikkelijk. Dan moet ik wel tien keer hetzelfde zeggen. Soms begrijpen ze het dan eindelijk. Maar andere keren nog steeds niet. Er zijn mensen die denken slim te zijn. Ze doen dan of ze het toch begrijpen. 'O ja,' zeggen ze dan, 'echt waar?' Maar hun ogen laten zien dat ze er nog steeds niets van begrepen hebben.
Of als ik uit bed roep dat mijn slaap klaar is. Dan komt papa mij vertellen dat ik toch moet gaan liggen. Hij begrijpt dan echt niet wat mijn probleem is.
Een ander probleem is als mensen gaan lachen om serieuze dingen. Pas ging ik met mama naar de Baraka Mall. Die is naast ons huis. En als je in de lift naar beneden gaat, kom je bij een machine waar geld uit komt. In de lift vroeg mama: 'Wat gaan we doen Aron?' Toen zei ik: 'Geld kopen'. Mama moest er hard om lachen.
Op school heb ik geleerd dat je soms sorry moet zeggen. Bijvoorbeeld als je niet lief bent geweest voor iemand anders. Of als je een boertje laat. Of een windje. Bij kinderen gaat het net zoals bij oude mensen: zulke dingen gebeuren gewoon. Miss Lima heeft verteld dat je dan sorry moet zeggen. Een beetje overdreven is het wel, maar ik doet het toch maar. De grote mensen vinden het grappig als ik dat zeg, want ze moeten er steeds om lachen.
Ik hoop dat ik snel nog groter word. Dan kan ik bij het hogere knopje van de lift. En dan mag ik zelf bepalen wanneer ik uit bed ga. En hopelijk begrijpen de mensen mij dan ook eindelijk goed. Tot die tijd blijft mijn leven gewoon best zwaar. Onbegrip is mijn deel. En soms lachen mensen mij uit. Zij zouden eigenlijk sorry tegen mij moeten zeggen! Maar dat is nog nooit gebeurd.
Saturday, May 21, 2016
Vroege vrijdag
Vanmorgen zat een vogel bij mijn raam te fluiten. Ik werd er wakker van. Het was heel mooi. Toen heb ik papa geroepen. Hij haalde mij uit bed. En toen gingen we iets leuks doen.
Omdat het vrijdag was, hoefde ik niet naar school. Papa zei dat ik heel zachtjes moest doen, want mama sliep nog. Ik moest op mijn tenen langs mama's deur lopen. Dat is heel moeilijk als je nog maar twee bent. Maar ik heb geen geluid gemaakt.
Toen gingen we samen op straat wandelen. Het was nog heel vroeg. Het zonnetje kwam net boven de gebouwen uit. Er waren geen auto's. Ik hoorde veel vogels fluiten. Steeds als ik een andere vogel hoorde, zei ik: 'He, nog een!' En dan hoorde papa hem ook.
Onderweg heb ik ook veel bloemen gezien. Sommige waren geel. En er waren ook veel blauwe. Ik mocht ze niet plukken van papa. Want volgens hem zijn ze van andere mensen. In het bos mag je wel bloemen plukken. Ik denk dat het bos van niemand is. Of van ons allemaal.
Bij de bakker gingen we even naar binnen. Ik had wel zin in een vers broodje. Gelukkig was de bakker al open zo vroeg in de morgen. Maar de bakkersvrouw vertelde dat het brood nog niet klaar was. Toen zijn we doorgelopen naar een andere bakker. Daar was het brood wel klaar. Samen met papa heb ik wel zes broodjes gekocht.
De broodjes waren nog warm. Eerst moest ik er heel lang op blazen. Daarna was het een beetje minder warm. Al wandelend heb ik het opgegeten. Het was echt heel lekker want er zat ook kaas aan de binnenkant.
Onderweg kwam ik een poes tegen. Hij was een beetje dun. Ik heb hem maar een stukje brood gegeven. Hij at het heel snel op.
Toen kwamen we weer bij ons huis. Papa wilde gelijk naar binnen, maar ik wilde niet. Het was zo mooi buiten. Ik hoorde nog steeds de vogels. En in de tuin voor ons huis staan ook veel mooie bloemen.
Ik ging op de trap voor het huis zitten. Papa ging naast mij zitten. Zo zaten we allebei een tijdje te kijken en te luisteren. 'Weet je wie deze tuin zo mooi heeft gemaakt?', vroeg papa aan mij. Ik zei: 'God'.
Dat was eigenlijk niet het goede antwoord. Want papa bedoelde Abu Mona. Maar aan zijn gezicht zag ik dat hij mijn antwoord best mooi vond.
Omdat het vrijdag was, hoefde ik niet naar school. Papa zei dat ik heel zachtjes moest doen, want mama sliep nog. Ik moest op mijn tenen langs mama's deur lopen. Dat is heel moeilijk als je nog maar twee bent. Maar ik heb geen geluid gemaakt.
Toen gingen we samen op straat wandelen. Het was nog heel vroeg. Het zonnetje kwam net boven de gebouwen uit. Er waren geen auto's. Ik hoorde veel vogels fluiten. Steeds als ik een andere vogel hoorde, zei ik: 'He, nog een!' En dan hoorde papa hem ook.
Onderweg heb ik ook veel bloemen gezien. Sommige waren geel. En er waren ook veel blauwe. Ik mocht ze niet plukken van papa. Want volgens hem zijn ze van andere mensen. In het bos mag je wel bloemen plukken. Ik denk dat het bos van niemand is. Of van ons allemaal.
Bij de bakker gingen we even naar binnen. Ik had wel zin in een vers broodje. Gelukkig was de bakker al open zo vroeg in de morgen. Maar de bakkersvrouw vertelde dat het brood nog niet klaar was. Toen zijn we doorgelopen naar een andere bakker. Daar was het brood wel klaar. Samen met papa heb ik wel zes broodjes gekocht.
De broodjes waren nog warm. Eerst moest ik er heel lang op blazen. Daarna was het een beetje minder warm. Al wandelend heb ik het opgegeten. Het was echt heel lekker want er zat ook kaas aan de binnenkant.
Onderweg kwam ik een poes tegen. Hij was een beetje dun. Ik heb hem maar een stukje brood gegeven. Hij at het heel snel op.
Toen kwamen we weer bij ons huis. Papa wilde gelijk naar binnen, maar ik wilde niet. Het was zo mooi buiten. Ik hoorde nog steeds de vogels. En in de tuin voor ons huis staan ook veel mooie bloemen.
Ik ging op de trap voor het huis zitten. Papa ging naast mij zitten. Zo zaten we allebei een tijdje te kijken en te luisteren. 'Weet je wie deze tuin zo mooi heeft gemaakt?', vroeg papa aan mij. Ik zei: 'God'.
Dat was eigenlijk niet het goede antwoord. Want papa bedoelde Abu Mona. Maar aan zijn gezicht zag ik dat hij mijn antwoord best mooi vond.
Friday, May 6, 2016
My name is Haroen
Ik kan al heel goed praten. Dat zegt miss Lima. Zij is mijn juf. En zij kan het weten. Want ze is heel slim. Onder haar hoofddoek zit een groot verstand. En ze heeft mij al veel geleerd. Maar soms is het lastig. Want er zijn woorden die je niet mag zeggen van grote mensen. Of ze moeten erom lachen.
Vanmorgen had ik met papa boodschappen gedaan. Toen we buiten kwamen, was het best warm. In de auto was het zelfs verschrikkelijk heet. Ik vroeg aan papa of de aso aan mocht. Toen ging papa zomaar hardop lachen. En hij zei dat het airco heet. Dat is voor mij hetzelfde. Maar papa moest er toch om lachen. Net alsof ik dom was.
Toen we weer thuiskwamen, zei ik tegen mama dat mijn voeten zeer deden. Dat komt omdat ik nieuwe sandalen heb. Die doen pijn aan mijn tenen. 'Dat is wel shit', zei ik tegen mama. Toen deed ze net of ze heel erg schrok. Pffff... ze zegt het zelf ook weleens! Maar ik mag het toch niet zeggen van mama. Ik kan beter chips zeggen, zei ze.
En dan mijn naam. Ook zo'n verschrikkelijk ingewikkeld probleem. Papa en mama noemen mij Aron. En als ze boos zijn zeggen ze Aron Botros (met een harde stem, net alsof ik doof ben). Maar op school noemt iedereen mij 'Eron'. En op papa's werk zeggen ze 'Haroen'. Dat is best raar. Waarom kunnen grote mensen niet gewoon mijn echte naam uitspreken, net als papa en mama? Maar ik heb de hoop opgegeven. Eigenlijk vind ik Haroen ook best mooi. De mensen vragen mij wel 100 keer per dag 'What's your name'. Dan lach ik even en zeg 'Haroen'. Gewoon omdat ik het een mooie naam vind.
Grote mensen zijn onbegrijpelijk. En ze maken het leven erg moeilijk. Dat is niet eerlijk. Weet je wat ook niet eerlijk is? Papa en mama gaan vanavond uit eten in een restaurant. Omdat ze vijf jaar getrouwd zijn. En ik? Ik moet thuisblijven. Bij de oppas. Ik ben er boos over.. Terwijl zij lekker zitten te eten, moet ik naar bed. En dat is voor mij, Aron Botros Visser, gewoon heel erg shit chips.
Monday, May 2, 2016
Twee keer Paasfeest
Toen opa en oma hier waren, vierden we Pasen. Dat was heel gezellig. Maar nu zijn ze weg en hebben we het nog een keer gevierd. Ik weet niet waarom we het twee keer vierden. Maar dat is niet erg.
Zondagmorgen maakte papa mij heel vroeg wakker. Meestal is dat andersom. Maar deze morgen lag ik nog te slapen. Hij zei dat we weg gingen met de auto. Ik schrok ervan dat hij zo vroeg kwam. Maar ik ben er toch maar uit gegaan.
Eerst gingen we nog iemand anders ophalen. En toen gingen we een eind rijden. Onderweg dronken de grote mensen koffie. Ik kreeg een pakje melk. Buiten was het donker. En de weg was leeg. Na een tijdje werd het een beetje licht. Toen reden we een berg op en daar stapten we uit. Het donker was toen al bijna helemaal weg.
We waren op de berg Nebo. Dat is een heel belangrijke berg. Bovenop staat een kerkje. Daar gingen we in. Er waren veel mensen. We gingen zingen en bidden. Eigenlijk duurde het best wel lang. Ik zei steeds dat ik buiten wilde spelen. Maar het was zo druk dat ik er niet uit kon.
Kerkdiensten duren vreselijk lang. Aan het eind was ik heel blij dat ik naar buiten mocht. De zon scheen al een beetje. We gingen eerst eten met alle andere mensen. Je kon kiezen uit wel duizend dingen. Ik heb een ei gegeten. Want het was Pasen. Maar hij was niet van chocola. Papa wilde ook dat ik een stukje cake zou eten, want die had hij zelf gebakken. Maar ik vond hem niet zo lekker. Daar kan ik ook niets aan doen. Ik heb hem aan papa teruggegeven.
Toen gingen we nog even kijken op de rand van de berg. Daar staat een kruis met een slang eromheen. Maar hij is niet echt. Hij is gemaakt van ijzer. Vanaf de rand van de berg kun je heel ver kijken. Eerst is er de Dode Zee. Daarachter ligt een ander land. Dat heet Israel. Als je goed kijkt, kun je het zien liggen. Maar het is wel moeilijk want er is veel zand in de lucht.
Toen we naar huis reden, ben ik in slaap gevallen. Dat komt omdat ik zo vroeg uit bed was gehaald. Maar ik ben niet boos op papa. Want de berg Nebo is mooi. En het ei was lekker. Ik vond het niet erg om twee keer Pasen te vieren. Van mij mag het best drie keer per jaar Pasen zijn
Zondagmorgen maakte papa mij heel vroeg wakker. Meestal is dat andersom. Maar deze morgen lag ik nog te slapen. Hij zei dat we weg gingen met de auto. Ik schrok ervan dat hij zo vroeg kwam. Maar ik ben er toch maar uit gegaan.
Eerst gingen we nog iemand anders ophalen. En toen gingen we een eind rijden. Onderweg dronken de grote mensen koffie. Ik kreeg een pakje melk. Buiten was het donker. En de weg was leeg. Na een tijdje werd het een beetje licht. Toen reden we een berg op en daar stapten we uit. Het donker was toen al bijna helemaal weg.
We waren op de berg Nebo. Dat is een heel belangrijke berg. Bovenop staat een kerkje. Daar gingen we in. Er waren veel mensen. We gingen zingen en bidden. Eigenlijk duurde het best wel lang. Ik zei steeds dat ik buiten wilde spelen. Maar het was zo druk dat ik er niet uit kon.
Kerkdiensten duren vreselijk lang. Aan het eind was ik heel blij dat ik naar buiten mocht. De zon scheen al een beetje. We gingen eerst eten met alle andere mensen. Je kon kiezen uit wel duizend dingen. Ik heb een ei gegeten. Want het was Pasen. Maar hij was niet van chocola. Papa wilde ook dat ik een stukje cake zou eten, want die had hij zelf gebakken. Maar ik vond hem niet zo lekker. Daar kan ik ook niets aan doen. Ik heb hem aan papa teruggegeven.
Toen gingen we nog even kijken op de rand van de berg. Daar staat een kruis met een slang eromheen. Maar hij is niet echt. Hij is gemaakt van ijzer. Vanaf de rand van de berg kun je heel ver kijken. Eerst is er de Dode Zee. Daarachter ligt een ander land. Dat heet Israel. Als je goed kijkt, kun je het zien liggen. Maar het is wel moeilijk want er is veel zand in de lucht.
Toen we naar huis reden, ben ik in slaap gevallen. Dat komt omdat ik zo vroeg uit bed was gehaald. Maar ik ben niet boos op papa. Want de berg Nebo is mooi. En het ei was lekker. Ik vond het niet erg om twee keer Pasen te vieren. Van mij mag het best drie keer per jaar Pasen zijn
Subscribe to:
Posts (Atom)







