Saturday, February 27, 2016

De preek van de week


Gisteren heb ik weer in de tuin gespeeld. Dat was heel lang geleden. Eerst was het koud. En het regende veel. Toen was het niet fijn in de tuin. Maar nu is het lente. Ik heb in de zandbak gespeeld. En bloemen geplukt. Ik werd er blij van. Maar ik werd wel een beetje gestoord.

Het was vrijdagmiddag. Dat is eigenlijk net als zondag. Mensen gaan dan naar de kerk. Het is niet een echte kerk. Het heet een moskee. Ze gaan er elke dag heen. Maar op vrijdag gaan er extra veel mensen. Soms is het zo druk dat de mensen op straat moeten zitten. Ze zitten dan allemaal op een rijtje. Het lijkt net een school.

Ik denk dat de vloer in de moskee niet zo schoon is. Want de mensen nemen altijd een eigen kleed mee om op te zitten. Dan blijven ze mooi schoon.

Er is een meneer die hard schreeuwt door een luidspreker. Ik kan het zelfs in de zandbak horen. Dat is niet zo fijn. Soms praat de meneer even zachtjes, maar daarna direct weer heel hard. Hij schreeuwt van alles. Ik versta het niet. Maar hij wil wel dat iedereen het hoort. Het klinkt best lelijk. En het duurt heel lang.

Als de preek eindelijk is afgelopen, gaan de mensen naar huis. Ze lopen  met hun kleedje onder hun arm over straat. Sommigen hebben een baard. Niet zo'n korte die papa soms heeft, maar juist een hele lange. En ze hebben een jurk aan.

Als ze thuis zijn, trekken ze weer gewone kleren aan. En dan kan ik eindelijk weer rustig verder spelen in mijn zandbak.

Sunday, February 14, 2016

Vieze dingen

Chips zijn lekker. Snoepjes ook. En pindakaas. Dat zit op mijn boterham als ik naar school ga. Maar er zijn ook veel dingen in Jordanie die niet lekker zijn. Helemaal niet. Ze zijn juist vies.

Koffie bijvoorbeeld. Het lijkt op het water in de Jordaan. Het is bruin en het stinkt. Ik ga het echt nooit drinken.

De auto's in de stad zijn ook vies. Ik zie ze vanuit het raam door de straat rijden. Sommige auto's maken zwarte rookwolken. Die komen zo omhoog naar ons balkon. Die rook ruikt niet lekker. Gelukkig waait hij snel weer weg.

Soms stinkt het in ons huis ook een beetje. Dat komt omdat mijn emmer met luiers vol is. Dan knoopt papa of mama hem snel dicht en zet hem buiten de deur. Abu Mona komt hem dan ophalen. Hij brengt de zak naar een grote bak buiten op straat. Iedere dag komt er een vuilniswagen en die brengt hem weg.

Ik denk dat Abu Mona geen wasmachine heeft. Want zijn kleren ruiken ook een beetje vies. Er zitten ook gaten in. Hij is best arm. Al zijn verdiende geld stuurt hij op naar zijn familie. Die wonen in Egypte. Daarom heeft hij geen geld om nieuwe kleren te kopen.

Er is nog een ding dat echt heel vies is. Het is het allervieste van de hele wereld. En het zit heel vaak op mijn gezicht. Het komt erop omdat veel vrouwen mij een kus willen geven. Zomaar ineens. In een winkel. Op straat. Of op papa's werk. Dan geven ze zonder te vragen een kus op mijn wang. Dat is nog niet zo heel erg. Het allerergste is dat er een kleverige lipstick op mijn wang achterblijft. Die moet mama of papa dan weer eraf poetsen. Bah!

Ik wil dat dit niet meer gebeurt. Daarom heb ik een nieuw woord geleerd. Als er weer zo'n vrouw op mij afkomt, roep ik heel hard: No Kissing! Hopelijk blijven ze dan van mij af. Ze gaan maar gewoon hun eigen man een kus geven. En als ze naar me luisteren, zeg ik daarna heel lief: I love you too. Want dat heb ik ook pas geleerd.

Tuesday, February 9, 2016

Iedereen gefopt

Heel veel mensen wilden het weten: wat voor cadeau heeft papa gekregen? En sommige mensen dachten dat ik het misschien toch verklapt had. Natuurlijk niet! Het cadeau is heel mooi. Maar ik heb iedereen mooi gefopt.

Papa wilde een cadeau hebben dat je hier niet kunt kopen. Ik denk dat het alleen in Nederland te koop is. Mama heeft aan oma gevraagd om het te kopen. Over heel veel nachtjes komt oma hierheen en dan neemt ze het mee.

Samen met mama heb ik van karton het cadeau nagemaakt. Mama heeft er met grote letters 'Bose' op geschreven. Uit het echte cadeau komt mooie muziek. Maar dit cadeau was nep. Er komt helemaal geen muziek uit. Toch hebben we het ingepakt als een echt cadeau. Papa dacht dat hij een mooi cadeau kreeg, maar toen was het van karton. Hij keek mooi op zijn neus. En ik moest er hard om lachen. Maar als hij echte cadeau krijgt, wordt hij denk ik wel blij.

Ik heb ook nog een mooie boekenlegger voor papa gemaakt. Die was wel echt. Ik heb er een sticker van een vliegtuig en een auto op geplakt. En er staat op: voor de allerliefste papa. Wat dat is hij wel. Nou ja, meestal dan.

's Morgens heb ik een liedje voor papa gezongen. Het heet Happy Birthday to You. Dat zingen we op school ook altijd. Na een tijdje dacht papa dat het liedje uit was, maar ik moest nog verder. Want dan zingen we ook altijd 'Sane Helwe Ye Gamiel'. Dat betekent precies hetzelfde, maar dan in het Arabisch. Dus ik zei tegen papa: No no, niet klaar, Sana Helwa nog. Dat waren wel een beetje veel talen door elkaar. Maar gelukkig begreep papa het. Want hij is niet alleen lief, maar ook best slim. 

Na het liedje gingen we dikke pannenkoeken eten. Met lekker veel stroop. Mama had ze gebakken. En ik had geholpen.

's Avonds kwam Lucy op mij passen. Dan konden papa en mama samen een avondje weg. Het was heel gezellig met Lucy.Maar eerst wilde ik niet dat zij mijn pyjama ging aandoen. Ik heb me verstopt in de tent. Na een tijde moest ik er echt uit van Lucy. Normaal is ze niet zo streng. Maar nu wel, omdat papa en mama er niet waren. Ze zong ook nog een liedje. Dat kende ik niet. Maar het was wel mooi. 

Papa's verjaardag was een heel leuke dag. Ik zou willen dat hij elke dag jarig is. 

Saturday, February 6, 2016

Een groot geheim

Ik heb een geheim. Alleen mama weet het. Verder niemand. En dat moet zo blijven. In ieder geval tot maandag. Want dan is papa jarig.

Deze week was best druk. Samen met mama moest ik op zoek naar een cadeau. Papa had opgeschreven wat hij graag wilde hebben. Ik ben met mama naar de winkels gegaan om het cadeau te vinden. We moesten het stiekem doen, want papa mocht het niet weten. En toen we thuiskwamen, moesten we het cadeau verstoppen. Het ligt nu op een geheime plek. Papa kan het nooit vinden.

Papa wilde toch graag weten wat we gekocht hadden. Hij probeerde het eerst bij mama. Maar die zei niets. En bij mij probeerde hij ook. Maar mijn lippen zaten op slot. Hij is gewoon veel te nieuwsgierig.

Maandagmorgen begint papa's verjaardag. Hij wordt dan heel oud. Mama zegt dat hij al grijze haren en inhammen krijgt. Maar papa zegt dat het niet waar is. Soms draagt papa mij. Dan kijk ik goed naar zijn haren, maar ik heb nog nooit een grijze haar gezien. En wat inhammen zijn, weet ik eigenlijk niet.

We gingen het cadeau van papa ook inpakken. Dat moest gebeuren toen papa weg was. Hij moest vandaag even een boodschap doen. Toen heeft mama snel het cadeau gepakt uit onze schuilplaats. En uit de kast pakte ze de mand met papier. En toen hebben we het heel mooi ingepakt. Maandagmorgen mag papa het cadeau openmaken.

Morgen heb ik een drukke dag. Er moet nog van alles gebeuren voor de verjaardag. 's Avonds gaat papa een taart maken. Als ik nog tijd over heb, ga ik misschien wel een tekening voor hem maken. Dat doe ik dan in mijn tent. Zo blijft het een verrassing voor papa.

Ik vind het wel spannend. Soms wil ik het bijna verklappen. Maar dan doe ik het toch niet. Eigenlijk zou ik het willen opschrijven op mijn blog. Maar papa leest mijn blog ook. Want hij vindt het 'zoooo leuk geschreven', zegt hij dan. Dus ik kan het echt niet opschrijven.

We moeten gewoon wachten op maandag. Dan is het groot feest. Eindelijk mag ik het grote geheim dan verklappen. Maar tot die tijd blijven mijn lippen mooi op slot.

Saturday, January 30, 2016

Een beetje lente


Ik hoopte het heel erg. Maar het kwam niet. Het heeft niet gesneeuwd deze week. Wel een klein beetje, maar veel te weinig voor een sneeuwpop.

Het was wel koud. Op mijn kamer stond een verwarming. Die stond heel de nacht aan. Dat kon ik zien aan het rode lampje. In bed was het lekker warm. Maar buiten niet.

Als je naar buiten ging, was het heel mistig. En heel nat. En soms lag er ijs op straat. Dan kon je uitglijden.

De school was eerst nog open. Maar toen ging hij dicht. De baas van de school heet miss Hanan. Zij vond het te gevaarlijk. Ze was bang dat de kinderen zouden uitglijden. En daarom had ik zomaar twee dagen vrij.

Mama ging op mij passen. En soms papa. We konden niet even naar buiten, want het was veel te koud. Zelf met een muts op was het nog koud. Ik heb geen wanten. Die ben ik pas verloren. Mama vond het heel jammer, want ze pasten zo mooi bij mijn muts.

Toen hield het op met regenen. 's Morgens zag ik de zon al door de ramen. En het was ook niet zo koud meer. Soms hoorde ik een vogel fluiten. Die ging ik dan nadoen: pietepietepiet. Amman werd weer wakker. Er kwamen weer veel auto's op de weg. En de school ging weer open. Gelukkig kon ik weer op school gaan spelen. Want dat had ik best gemist.

Vandaag is het zaterdag. Ik ben met papa en mama naar de stad gegaan. Eerst gingen we in de auto. De zon scheen door het raam precies op mijn gezicht. Dat was best warm. En toen gingen we ergens eten. Ik kreeg pizza en het was heel lekker. En een beker met een rietje. Daar zat sinaasappelsap in. Papa zei dat het nep was. Maar het smaakte best.

Ik ben blij dat de kou bijna over is. Ik denk dat het snel lente wordt. De zon is er al. En het is ook al een beetje warmer. Nog even en ik kan weer in de tuin spelen. En ook in de zandbak. Dat is al heel lang geleden. Ik heb er veel zin in..

Saturday, January 23, 2016

Er komt een sneeuwstorm


Iedereen hier in Amman praat erover: het wordt koud! Eigenlijk is het dat al, maar nu gaat het ook sneeuwen. Vandaag begon het te regenen. Misschien is dit wel het begin.

Ik hoop dat er veel sneeuw komt. Maar ik hoop het ook niet. Want dan kan ik niet naar school. Als het sneeuwt in Jordanie moet iedereen thuisblijven van de koning. Want hij vindt het gevaarlijk om naar buiten te gaan. De koning zorgt goed voor zijn mensen. Maar hij is wel erg streng.

De mensen op papa's werk praten al heel lang over de sneeuw. Ze zeggen dat er sneeuwstormen komen. En hoe langer ze praten, hoe groter de stormen worden. Stiekem hopen ze dat het doorgaat, want dan hoeven ze niet te werken.

De sneeuw gaat morgen beginnen. Dat staat in de krant. Maar niemand weet of het echt waar is. Misschien blijft het wel gewoon regenen. Dan kan ik gewoon naar school. Maar misschien ligt er wel een dik pak sneeuw. Dan moet ik thuisblijven. En dan ga ik een sneeuwpop maken in de tuin. Ik heb al een wortel voor zijn neus

Vandaag heb ik niet buiten gespeeld. Want het regende best veel. En ik ben ook een beetje ziek. Ik moet veel hoesten. Mama ging mijn koorts opnemen. Ze zei dat ik een beetje verhoging had. Ik hoop dat het morgen over is. Want dan ga ik of naar school. Of ik ga een sneeuwpop maken. En allebei is leuk.

Ik laat later deze week wel weten of de sneeuw echt is gekomen.

Thursday, January 14, 2016

Verf van Ali

In mijn klas zit een jongen en hij heet Ali. Als ik 's morgens aankom, is hij er al. Hij komt me soms ophalen bij de deur van het lokaal. Dan gaan we samen spelen op het speelkleed. De andere kinderen in de klas zijn ook lief. Maar Ali is mijn vriend.

Pas was Ali jarig. Toen zongen we happy birthday to you voor hem. Ik ken dat al helemaal uit mijn hoofd. Toen ik jarig was kreeg ik cadeautjes. Maar in Jordanie gaat dat anders. Want wie jarig is, geeft juist cadeautjes aan de anderen. Van Ali kreeg ik een rode, plastic doos. Op de voorkant staat een mooie race-auto. En als je hem open doet, zie je potloden, krijtje en verf. Miss Lima deed de doos in mijn Mickey Mouse rugtas. Toen ik thuiskwam, heb ik hem aan mama laten zien.

Ik heb al heel vaak gespeeld met deze rode doos. Met de krijtjes heb ik tekeningen gemaakt. En soms krijg ik een oude trui aan van mama en dan mag ik verven. Dat is het allerleukst. In de doos zit ook een kwast. Daar maak ik schilderijen van.Ze zijn heel mooi, want ik gebruik alle kleuren. Pas heb ik ook de muur van de keuken geschilderd. Die was helemaal wit. Dat is een beetje saai. Nu ziet het er veel mooier uit.

Morgen is Lucy jarig. Zij is de buurvrouw van beneden. Soms komt ze met mij spelen. Ik ga samen met mama pannenkoeken maken voor haar. Die gaan we dan brengen als ontbijt. En ook sinaasappelsap. Ik hoop dat ik er ook wat van mee mag eten. Want pannenkoeken zijn vreselijk lekker. En sinaasappelsap ook. Vandaag heb ik een schilderij gemaakt voor Lucy. Het is een beer met een ballon in zijn hand. Het hele schilderij is nu vol met verf. En mama heeft er iets op geschreven. Ik mag het schilderij bij het ontbijt aan Lucy geven. Met zoveel mooie kleuren is het eigenlijk net een grote-mensenschilderij. Want ik ben ook al heel groot. Kleine kinderen kunnen niet verven. En ze gaan ook niet naar school. En ze gebruiken nog een speen in bed.

Ik heb geen speen meer nodig. Dat is echt iets voor baby's. Eerst was het wel een beetje lastig zonder speen. Maar nu niet meer. Ik slaap weer heel goed. 's Nachts en 's middags ook. Ik neem wel veel dieren mee naar bed. Mijn knuffelaap ligt altijd naast me. En er is ook de grote aap. De blauwe kameel gaat ook altijd mee. En natuurlijk de groene schildpad. Er is haast geen plaats meer voor mij in bed. Maar het is wel gezellig. Ik voel me net een oppasser in een dierentuin. Ik zorg goed voor alle dieren.

En zo is alles toch weer goedgekomen.

Tuesday, January 5, 2016

Nooit meer hetzelfde

Het nieuwe jaar is heel zwaar begonnen. Eerst had ik fijn vakantie en gingen we weg. Maar toen ging ik weer naar school. School is leuk. Ik was blij om miss Lima en de kinderen weer te zien. Maar er is iets anders gebeurd en daar moest ik wel even van slikken.

Een paar dagen geleden zei mama tegen mij dat ik al heel groot was. Dat is natuurlijk fijn. Maar ze zei het op een manier die ik niet helemaal vertrouwde. 'Daar steekt iets achter,' zei ik tegen mezelf. En dat was ook zo.

De dag daarna heeft mama me verteld dat grote kinderen geen speen meer gebruiken. En toen heb ik samen met papa mijn speen in de vuilnisbak gegooid. Zo in een keer, plop! Ik heb nog even gekeken hoe hij daar lag op de bodem van de vuilnisbak. Mijn eigen blauwe speen, mijn vriend, helemaal alleen in die vieze vuilnisbak. Ik was een beetje verdrietig toen papa het deksel er weer op deed.

Die avond kreeg ik een cadeautje. Het is een mannetje met een blauwe broek en een rode pet. En zijn benen hebben dezelfde kleur als mijn pyjama. Hij heet Manuel. Ik weet niet precies waarom, maar toen ik hem openmaakte heb ik hem gelijk zo genoemd. Hij gaat nu mee naar bed. Zogezegd in plaats van mijn speen.

De eerste avond kon ik niet slapen. Ik voelde me zo alleen. Ik moest veel denken aan mijn speen in de vuilnisbak. Misschien lagen er nu wel andere vieze dingen bovenop. Ik was verdrietig, maar ik huilde niet. Ik heb wel papa geroepen. Die kwam even met mij praten. En hij zei ook dat ik al heel groot was en zo.

Gelukkig lagen Manuel en mijn aap nog in bed. Ik heb ze onder de deken gestopt, anders kregen ze het koud. Nadat ik heel lang had liggen denken aan mijn speen ben ik in slaap gevallen.

De volgende dag heb ik nog een paar keer in de vuilnisbak gekeken. Er zat een nieuwe vuilniszak in. De speen was er niet meer. Ik ben hem voor altijd kwijt. Dat is echt verschrikkelijk. Ik had nooit gedacht dat het nieuwe jaar zo zou beginnen.

Nu ben ik wel vrienden geworden met Manuel. Hij is best lief en ook lekker zacht. Toch zal het nooit meer hetzelfde worden. Maar zo gaat het soms in het leven.