Saturday, May 12, 2018

Gewoon te druk



Lieve mensen,

Ik heb het vreselijk druk. Met van alles. Daarom heb ik al heel lang niet meer geblogd. Voorlopig ga ik het ook niet meer doen. Ik kan het er gewoon niet bij hebben.

Daar moet je niet heel verdrietig over zijn, want mij broer Luka is pas zijn eigen blog begonnen. Hij heet:

lukasleven.blogspot.com

Je kunt net als bij mij ook een abonnement op Luka's blog nemen. Dan moet je even je adres invullen bij 'volg mij via email'.

Ik hoop dat Luka heel veel leuke dingen gaat schrijven. En ook dat mensen er heel blij van worden. Soms zal hij ook over mij schrijven. Dan weten jullie toch een beetje hoe het met met gaat :)


Saturday, March 25, 2017

Water uit een rots

Mama en Luka waren een een nachtje weg. Ze gingen naar een weekend voor alleen maar vrouwen. En Luka dan natuurlijk. Ik bleef met papa thuis achter. Maar dat was helemaal niet erg.

Eerst ging ik samen met papa naar de berg Nebo. Daar kun je leuk spelen. Er liggen veel losse stenen. Die heb ik verzameld. Ik mocht er een mee naar huis nemen. Die ligt nu op mijn bureau. Er stond ook een groot kruis met een slang eromheen. Het was geen echte slang dus het was niet eng.

Er waren ook veel andere mensen bij de berg Nebo. Dat waren toeristen. Ze liepen in grote groepen. Dat kon je zien omdat ze allemaal een geel petje op hadden. Of ze hadden een rood trainingspak aan. Ik kon aan papa zien dat hij het een beetje raar vond.

Daarna gingen we naar de bron van Mozes om te picnicken. Een tijdje geleden sloeg Mozes hier op de rots en toen kwam er water uit. Toen kon iedereen ineens genoeg drinken. Tijdens onze picnick stroomde er nog steeds een dun straaltje water uit de rots. Ik heb het niet gedronken, want papa had een pakje sap voor mij meegenomen.

Toen mijn buik vol was, ben ik bloemen gaan plukken. Omdat het lente is, staan er veel mooie bloemen. Het was een beetje leuk om te doen, maar ook een beetje eng want er zaten veel rupsen in de bloemen. Er stonden ook veel prikplanten. Ik moest heel goed opletten want anders deed het pijn.

We gingen ook nog even praten met mannen die een vuur aan het maken waren. Het vuur was eerst heel hoog. Toen het wat kleiner was gingen ze er thee op maken. Papa kreeg ook een kopje thee. De mannen wilden met mij praten. Maar ik heb niets terug gezegd. Want steeds als ik iets zeg, moeten mensen erom lachen.

Aan het einde van de dag gingen we weer naar huis. Ik zei tegen papa dat ik een putje in mijn buik had. Toen zei papa dat hij zelf ook wel een beetje honger had. Daarom zijn we naar een pizza restaurant gegaan. Papa kocht twee pizza en die hebben we samen opgegeten. Toen was mijn buik net een ballon.

Vanmiddag kwamen mama en Luka weer thuis. Ik had ze wel een beetje gemist. Maar ze mogen best nog een keer samen weg gaan. Want dan ga ik met papa ergens anders naar toe. Het was een heel leuk weekend. En volgens mij vond dat papa dat zelf ook.

Saturday, March 18, 2017

Het liefste jongetje


De dokter vindt dat ik het liefste jongetje van de hele wereld ben. Ze zei het toen ze met een houten stokje in m'n keel roerde, dus ik kon niets terug zeggen. Maar ze heeft natuurlijk wel gelijk. Daarna moest ik diep zuchten. Omdat ik zo'n lief jongetje ben heb ik dat ook maar gedaan.

De dokter vertelde dat mijn oor een beetje ziek is. Mijn neus en mijn keel ook. Nu heeft papa en boodschappentas vol medicijnen bij de apotheek opgehaald. Het kostte een rib uit zijn lijf zei hij tegen mama. Misschien is papa nu ook wel ziek.

Omdat ik ziek was, kon ik niet naar school. Ik moet heel veel hoesten. Mijn keel doet zeer. Uit mijn neus loopt steeds een beetje water.

's Nachts is het op z'n ergst. Ik moet soms zo hard hoesten dat ik een beetje moet huilen. Meestal komt papa dan even kijken op mijn slaapkamer. Hij kan ook niet echt helpen eigenlijk, maar het is wel fijn dat hij komt. Overdag ziet hij er een beetje moe uit. Dat komt omdat hij zo vaak wakker wordt van mijn hoesten.

Omdat ik ziek ben, mag ik filmpjes op de muur kijken. Sam de brandweerman is heel leuk maar ook een beetje eng. Het leukste vind ik de filmpjes van de beer Paddington. Ik heb er al honderd gekeken.

Vandaag is het weekend, maar morgen gaat de school weer beginnen. Mama heeft gezegd dat ik weer naar school mag, want ik heb geen koorts meer. Ik moet wel steeds mijn hand voor m'n mond doen als ik hoest, heeft ze gezegd. Dat zal ik doen natuurlijk. Want dat hoort bij het liefste jongetje van de hele wereld.

Monday, March 13, 2017

Eindelijk weer thuis

Na een hele lange tijd in Nederland ben ik teruggegaan in Amman. Eindelijk. Ik had er veel zin in. Wel tien keer per dag vroeg ik aan mama wanneer we weer zouden gaan. Eindelijk gingen we naar het vliegveld.

De vliegreis viel een beetje tegen. Ik kon niet eens op mijn eigen stoel zitten, want Luka lag erop te slapen. Dus moest ik bij papa op schoot. Er waren ook geen filmpjes van Mickey Mouse. Dat was vreselijk jammer. Toen heb ik naar andere kinderfilmpjes gekeken. Maar sommige waren een beetje spannend. Dan hoorde ik heel veel enge geluiden door mijn oorbellen. De mevrouw in het vliegtuig had aan iedereen oorbellen gegeven in een plastic zakje.

Toen we in ons huis in Amman aankwamen was het al heel laat. Maar ik ging niet gelijk slapen. Ik heb eerst al mijn knuffels bekeken. Ik heb ook even in mijn tent gezeten. En de schildpadden bekeken. Daarna heb ik nog met mijn trein gespeeld. Al mijn speelgoed heb ik even op de grond gegooid zodat ik alles goed kon zien. Toen ging ik slapen.

De volgende dag ging papa weer werken. Mama, Luka en ik bleven thuis. Ik ben verder gaan spelen met al mijn speelgoed. Het hele huis lag er vol mee. Het was moeilijk om te kiezen waar ik mee wilde spelen. Dus ik speelde met alles een klein beetje.

Ik ben ook weer teruggegaan naar school. Mijn juffen zagen er nog precies hetzelfde uit. Ze zeiden dat ik zo groot geworden was. Dat komt natuurlijk omdat ik nu de grote broer van Luka ben. Eerst moest ik op school een beetje huilen. Dat kwam omdat Hashem er niet meer was. Ik dacht dat hij nooit meer terug zou komen. Maar ineens was hij er. Toen hoefde ik niet meer te huilen.

We zijn ook alweer een keer naar de winkel van het oude meneertje geweest. Daar heb je een tafel met lego. En je kunt zitten op de voeten van Mickey Mouse. Dat had ik ook best wel gemist.

Ik ben heel blij dat we eindelijk weer in Amman zijn. Het is ook fijn dat papa nu niet steeds meer weg hoeft. Dan kan ik elke avond met hem spelen als hij uit zijn werk komt. En heel misschien gaan we in het weekend ook weer een keer naar het zwembad.

Wednesday, February 1, 2017

Verhuizingen

Ik ben nog steeds in Nederland. Maar ik woon wel in een ander huis, bij opa en en oma. Hiervoor woonde ik bij een andere oma en daarvoor weer bij een andere. Ik blijf steeds bezig met koffers pakken.

Mijn nieuwe broer Luka is meeverhuisd. En mama ook. Papa is weer naar Amman. Hij moest eerst kijken of alles nog goed is in ons huis. Na een tijdje komt hij weer terug naar ons. Daarna gaan we met z'n allen naar Amman. In het vliegtuig met de kinderfilmpjes. Daar heb ik veel zin in. Want ik mis Amman wel. Vooral juf Lima en mijn vriend Ali.

Met Luka gaat het goed. Iedereen zegt dat hij zo hard groeit. Maar dat klopt niet. Hij is nog steeds heel klein. Hij kan nog niet praten en  alleen maar huilen. Ik hoop dat hij snel gaat praten. Dat is veel fijner dan huilen. Het maakt ook minder herrie. Luka kan ook nog niet in bad. Mama doet hem in een groene emmer. Als hij daarin zit lijkt hij een beetje op een kikker.

Sommige mensen zeggen dat Luka op mij lijkt. Grote mensen zijn best dom. Hij lijkt helemaal niet op mij. Luka is nog piepklein en heeft bijna geen haar. Hij ziet eruit als een echte baby, maar ik ben juist al groot.

De stroom van cadeaus is nu opgehouden. Dat is vreselijk jammer. Het was leuk om ze elke dag uit te pakken. Het is erg zwaar voor mij om niet elke dag een cadeau te krijgen. Er komt ook niet zo veel visite meer. Daarom ga ik maar naar buiten en spelen bij een speeltuintje. Grote kinderen als ik kunnen dat al. Luka nog niet. Die slaapt of eet alleen maar. Over een hele lange tijd zal hij groot zijn. Dan kan hij samen met mij in het speeltuintje spelen. Dan zal ik hem leren hoe het moet.




Monday, January 23, 2017

Ik ben grote broer

Onze baby is geboren. Hij heet Luka en het is een jongetje. Dat heb ik gelijk even gecontroleerd. Het klopt echt.

Ik mocht bij oma logeren. De volgende dag ging ik met opa en oma naar het ziekenhuis. Mama lag in een bed. Naast haar stond een aquarium en daar lag Luka in. Mama's buik was ineens heel dun. Ze vertelde aan oma dat het best zwaar was geweest. Dat vond ik een beetje overdreven want Luka is piepklein.

Daarna gingen we naar huis. De baby mocht ook mee. Hij ligt nu in een wiegje. Hij slaapt bijna heel de dag. En als hij niet slaapt is hij bij mama aan het drinken. En ondertussen plast hij steeds in zijn broek. Hij krijgt wel honderd keer per dag een schone luier.

Luka heeft veel verdriet. Dan moet hij huilen. Als hij huilt staat zijn mond helemaal open en er komt een hard geluid uit. Misschien is het wel niet echt, want hij heeft geen tranen. Maar hij schreeuwt wel vreselijk hard. Als ik schreeuw is dat zogezegd altijd te veel herrie voor de buren. Maar Luka mag het wel.

Er kwam ook een mevrouw bij ons wonen. Ze had een wit pak aan met een blauwe streep. Zij zorgde voor mama en Luka. En ook voor papa, want ze ging elke dag stofzuigen en strijken. Papa vond het heel jammer dat ze weer wegging.

En dan de visite. Er zijn denk ik wel duizend mensen geweest. Ze hadden allemaal honger want ze aten beschuit en dronken thee. Ze namen cadeaus mee voor de baby. Die ging ik dan uitpakken voor hem, want hij kan dat nog niet. Er waren ook cadeaus bij voor mij. Ik heb nu veel nieuwe boeken. En een fles met hartjes die je kunt opeten.

Nu is de visite weg en de witte mevrouw ook. De beschuiten zijn op. Luka is al een beetje gegroeid. Soms lees ik een boekje voor voor hem. Dan voel ik me echt een grote broer. Luka luistert heel goed. Als hij nog verder groeit ga ik hem leren hoe hij een puzzel kan maken.

Friday, January 6, 2017

De koude winter

Ik ben nu al heel lang in Nederland. In die tijd is er verschrikkelijk veel gebeurd. Maar het belangrijkste nog niet: de baby is nog niet geboren. Ik denk dat hij het te koud vindt. Op de sloten ligt ijs en het gras is 's morgens wit.

Papa is ook aangekomen in Nederland. Ik ging hem ophalen op het vliegveld. Ik had mijn pet opgezet. Omdat het koud was, maar ook zodat hij mij goed kon herkennen. Ik moest heel lang wachten, maar toen ineens ging de deur open en was hij er.

Als ik hier in Nederland naar buiten ga, doe ik altijd handschoenen aan en een sjaal om. Dan krijg ik het niet zo koud. Sommige dieren hebben het zo koud, dat ze mensenkleren aan doen. Soms zie ik een hondje op straat met een blauwe trui aan. Maar hij draagt geen broek. Dat is toch best nog koud lijkt me.

's Morgens is het water in de sloten bevroren. De eenden kunnen dan niet zwemmen. Ze lopen met hun blote voeten over het ijs. Papa zei dat mensen over een paar dagen misschien ook over het ijs kunnen lopen. Als dat zo is, houd ik mooi wel mijn schoenen aan.

In huis is het gelukkig wel warm. Op mijn bed ligt een dikke deken. Als ik daaronder lig, heb ik het nooit koud. Het bed voor de baby staat al heel lang klaar. Daar ligt ook een dikke deken in. Dus ik vind dat de baby best snel geboren mag worden. Dan kan ik eindelijk het cadeautje geven dat ik samen met papa heb gekocht. Ik kan niet zeggen wat er in zit, want het is een verrassing. Ik kan alleen maar zeggen dat het een knuffel is en dat hij Nijntje heet. Toen ik dat tegen mama zei, zei ze: maar nu is het geen verrasssing meer! Dat klopt natuurlijk niet, want het cadeau is nog steeds ingepakt.

Friday, November 18, 2016

Drie keer jarig


Vandaag ben ik jarig. Gisteren was ik het ook al. En morgen weer. Gisteren op school, vandaag thuis en morgen bij opa en oma. Dit is de leukste week uit mijn leven.

Voor school ging ik cupcakes bakken met mama. In de oven werden ze heel groot. Sommige liepen helemaal over. Toen ze weer koud waren, deed mama er oranje water op. En toen ging ik er snoepjes op strooien. Sommige snoepjes hebben de cupcake nooit gehaald. Die zijn nu in mijn buik.

Mama kwam op school om het feest te vieren. Het was net als bij alle andere kinderen. Op de tafel lag een groot happy birthday kleed. De kinderen gingen voor mij zingen. Hashim zat naast mij. Want hij is mijn vriend.  En toen blies ik het kaarsje uit. Iedereen ging hard klappen. Daarna kreeg iedereen een cadeautje van mij. Want als je jarig bent, geef je cadeautjes aan je vriendjes. Dat hoort. Ik had voor iedereen een tas van Winnie de Poeh. Er zat een ballon in en een toeter en een doosje met stempels.

Vandaag gaan we mijn verjaardag thuis vieren. We gaan appeltaart en patat eten. En echte kroketten. Zelfgemaakt door mijn mama. Die is zo knap. Vanmorgen heb ik een ark van Noach gekregen van papa en mama. Die moest eerst nog in elkaar gezet worden, maar nu is hij klaar. Ik kreeg ook een echte aap. Toen ik hem uitpakte vond ik het eerst eng. Dat kwam omdat ik het papier losscheurde bij zijn billen. Ik schrok me wild. Maar hij is toch wel lief.

Morgen vier ik mijn verjaardag bij opa en oma. Want ik ga samen met mama naar Nederland. Haar buik met de baby is nu zo groot dat ze echt moet gaan. Anders past ze niet meer in het vliegtuig. In Nederland krijg ik misschien ook nog cadeautje.

Echt, dit is de leukste week uit mijn leven. Maar een ding is niet leuk: papa gaat niet mee naar Nederland. Hij blijft in Jordanie want hij moet werken. Dat is een beetje verdrietig. Dan kan hij geen verhaaltjes vertellen en we kunnen ook niet gaan zwemmen. Als de baby bijna wordt geboren, komt papa ook naar Nederland. Tot die tijd ga ik hem gewoon heel vaak bellen.

Saturday, October 15, 2016

Zwemmen op zaterdag


Zaterdag is de leukste dag van alle dagen. Want dan gaan we ontbijten aan de kleine tafel. Ik eet dan een cracker met pindakaas. Op mijn brood eet ik ook pindakaas. Maar op een cracker is het lekkerder. Want als de cracker op is ga ik altijd met papa zwemmen.

Het zwembad is heel dichtbij ons huis. Eerst moeten we een weg met veel auto's oversteken. Dan draagt papa mij. Daarna moeten we nog over een paar trapjes lopen. En dan zijn we bij het zwembad. 

Als we binnenkomen, roept iedereen gelijk: Hello Haroen! En papa noemen ze Abu Haroen. Terwijl ik aan het omkleden ben, komen die mannen steeds met mij praten. Ze willen ook over mijn haren wrijven. Of in mijn wangen knijpen. Ik word daar een beetje gek van. Ik probeer dan achter papa weg te kruipen. Maar dan vinden ze me toch steeds weer.

Na het omkleden gaan we met een lift naar beneden. Als de lift weer opengaat, ben je in het zwembad. Het is daar altijd heel warm. En het ruikt er een beetje raar. Het is bleekwater zegt papa. Maar iedereen die er zwemt is niet echt bleek. Alleen ik en papa.

Ik kan al goed zwemmen. Dat is erg leuk. Het vervelende is dat die mannen ook in het zwembad steeds met mij willen praten. Ze weten allemaal dat ik Haroen heet. Soms is het best lastig om beroemd te zijn.

Maar verder is het heel leuk in het zwembad. Ik kan zelf van de kant springen. Soms doet papa the rocket met mij. Dan gooit hij mij heel hoog in de lucht. Als ik terug in het water kom, ga ik kopje onder. Maar dan kom ik toch weer boven. Want ik heb bandjes van Mickey Mouse om.

Na het zwemmen ga ik ook altijd even kijken bij de sportschool van papa. Dan moet je eerst met de lift en daarna nog met een trap. De baas van de sportschool is een meneer uit Egypte. Voor hem kruip ik niet weg en ik geef ook antwoord op zijn vragen. Dat komt omdat deze meneer heel veel koekjes heeft. En iedere week krijg ik er een paar van hem. Dus naar hem doe ik altijd extra aardig. 

Als ik weer bij mama thuis kom, gaan we koffie drinken. Met de koekjes van die Egyptische meneer. Egyptische koekjes zijn het lekkerst van de hele wereld.

Friday, September 30, 2016

Het grote bed


Omdat er een baby komt, heb ik het heel druk. Er moet van alles gebeuren. Het grootste is dat ik moest verhuizen naar een andere kamer. En naar een ander bed. Ik slaap nu in een grotemensenbed.

Samen met mama heb ik een dekbed gekocht voor het nieuwe be. En ook gordijnen. Twee voor de babykamer en twee voor mijn eigen kamer. Op mijn gordijnen staan vliegtuigen. Er zit een grappig mannetje in. Dat is de piloot.

We gingen ook een box kopen voor de baby. Het is eigenlijk geen echte box, want die bestaan niet in Amman. Daarom hebben we maar een bedje gekocht. Dat lijkt toch een beetje op een box. Als de baby er straks is, mag hij daar in spelen.

We gingen ook stickers plakken op de babykamer. Het zijn stickers van Jip en Janneke. En ook een van Takkie. Ze zijn heel grappig.

Ik slaap nu in de kamer van Clare. Als zij bij ons kwam logeren sliep ze altijd in die kamer. Maar dat kan nu niet meer. Want ik lig in haar bed. Mijn kleren liggen in de kast van Clare. Er staat ook een echt bureau. Met een grote stoel. Daar maak ik altijd mijn tekeningen.

Mijn knuffels zijn meeverhuisd naar het grote bed. Alleen mijn blauwe aap niet. Die heb ik bewaard voor de baby. Als die geboren is, gaat de blauwe aap in het babybedje slapen. Want het is echt een aap voor baby's. En dat ben ik al lang niet meer.

Toen ik gisteren lag te slapen gebeurde er iets raars. Ik voelde ineens een bons en toen ik wakker werd lag ik op de grond. Het bed was hoog boven mij. Van schrik holde ik naar de kamer van papa en mama. Maar ik kon niets zien want het was heel donker. Onderweg kwam papa eraan. Hij deed het licht aan. En toen moest ik even huilen. Eigenlijk huilen alleen baby's. Maar nu kon het echt niet anders.

Papa heeft me weer in het grote bed gelegd. Hij heeft de deken extra goed ingestopt. Ik was wel een beetje bang dat ik er weer uit zou vallen. Maar toen ik 's morgens wakker werd lag ik gewoon nog in mijn bed. En mijn knuffels ook. De volgende keer ga ik gewoon dichtbij de muur liggen. Dan val ik nooit meer uit mijn bed.

Friday, September 16, 2016

We weten het nog niet

Papa was weg. Hij ging naar Zwitserland. Het duurde maar een week. Toch miste ik hem wel. Soms zei ik dat tegen mama. Maar ik heb het niet tegen andere mensen verteld.

Als papa belde ging ik soms met hem praten. Maar andere keren wilde ik het niet. Want dan miste ik hem nog meer. Ik heb heel de tijd gehoopt dat hij er snel weer zou zijn.

Mama bracht mij iedere morgen naar school. En ze kwam me ook weer ophalen. Ahmed de chauffeur was er ook niet. En mama moest ook nog haar andere werk doen. Dat was best druk voor haar denk ik.

Het was wel gezellig samen met mama thuis. We deden veel leuke dingen. Een keer gingen we eten bij McDonald's. Dat was omdat papa er niet was, want hij denkt dat het eten daar niet lekker is.  Mijn eten zat in een doos en het was juist heel lekker. De doos staat nu bij mijn winkeltje, alleen het eten zit in mijn buik..

Eigenlijk waren mama en ik niet echt met z'n tweeën. Want in mama's buik zit een baby. Die is nu nog heel klein. Maar hij groeit wel hard. Mama's buik wordt iedere dag een beetje groter. Soms geef ik een kus op de buik. Ik denk dat de baby dat wel voelt door de buik heen.

Over een hele lange tijd komt de baby naar buiten. Dan is hij een beetje groot. Maar nog niet zo groot als ik. Mama zegt dat ik nog niet gelijk met de baby kan spelen. Maar later wel.

Iedereen wil nu weten of het een jongen of een meisje wordt. Dat is een erg domme vraag. Want we hebben de baby nog niet in het echt gezien. Alleen maar op de televisie bij de dokter. Dus we weten het nog niet. Soms vragen mensen ook hoe de baby heet. Ook al zo'n domme vraag. Dat weten we pas als hij naar buiten is gekomen.

Toen papa terugkwam uit Zwitserland kreeg ik een cadeautje. Het was een koe en er zat geen melk in maar chocola. Ik was er heel blij mee en alle chocola is al op. Later moet papa twee cadeautjes meenemen als hij op reis gaat. Want de baby lust vast ook chocola.

Wednesday, August 24, 2016

Zomer in Nederland


Ik ben op bezoek in Nederland. We gingen met het vliegtuig. Ik heb al heel vaak gevlogen. Dus het was een beetje saai. Onderweg heb ik heel veel filmpjes gekeken. Toen duurde het gelukkig niet zo lang.

Opa en oma stonden op mij te wachten op het vliegveld. Dat was wel leuk. Ik had ze al heel lang niet gezien.

Hier in Nederland heb ik het erg druk. Iedere dag ga ik iets anders doen. Eerst gingen we naar een park met papegaaien. Die mocht ik voeren. Ik ging ook fietsen met papa en mama. Ik zat achterop en er ging heel veel wind door mijn gezicht. Bij een bankje gingen we wat drinken. Ik kreeg taksi in een klein pakje. Dat had ik nog nooit op. Maar Nederlandse kinderen drinken het elke dag. Het was wel lekker. Maar niet zo lekker als de melk in Amman.

Mama heeft nieuwe kleren voor mij gekocht. Ze zegt dat ik zo hard gegroeid ben. Dat zei de dokter ook. Die zei tegen mij dat ik heel lang ben. Dat is een beetje raar, want bijna iedereen is langer dan ik.

Hier in Nederland zijn veel koeien. En eenden. Sommige eenden zijn zwart. Die heten meerkoeten. Dat heeft mijn neef verteld. Hij heet Mattanja en ik heb heel vaak met hem gespeeld. En soms gingen we wandelen door het weiland. Nederlandse koeien zijn heel dik.

Het Nederlandse eten is erg lekker. Ik heb heel veel kaas gegeten. Soms zat er een vlaggetje op. In Nederland zijn ook kleine pannenkoeken. Die waren het allerlekkerst. Ze heten eigenlijk niet pannenkoeken, maar de echte naam ben ik vergeten. Het lijkt een beetje op koffertjes.

Vandaag waren de Nederlandse mensen een beetje aan het klagen. Ze vinden dat het zo warm is. Maar eigenlijk is het helemaal niet zo warm. Een paar dagen geleden regende het. Dat vonden de Nederlandse mensen ook weer niet fijn.

Ik ga bijna weer terug naar Amman. Want dan gaat mijn school weer open. Ik vind het fijn om weer naar school te gaan. Maar ik zal Nederland ook wel een beetje missen. Ik hoop dat ik snel weer eens naar Nederland ga. En hopelijk is het dan niet te warm en regent het ook niet.

Monday, August 1, 2016

Lange dagen

Papa en mama hebben een goed besluit genomen: ik hoef 's middags niet meer naar bed. Dat was al lang niet meer nodig. Maar dat begrepen ze eerst niet. Dan moest ik toch steeds, maar ik had er geen zin in. Nu snappen ze het eindelijk ook.

Ik ben al bijna drie jaar. En als de zon wakker is, wil ik spelen. Met mijn winkel. Of met de verf. Of ik ga voetballen op het balkon. Dat is veel leuker dan naar bed gaan. Alleen kleine kinderen moeten 's middags nog slapen.

Het is heel goed dat ik niet meer naar bed ga. Want dan slaap ik 's avonds eerder. En 's morgen word ik later wakker. Dat zeggen papa en mama. En daar zijn ze best tevreden mee. Maar echt tevreden zijn ze ook weer niet. Want nu worden ze aan het begin van de avond vaak een beetje boos op mij. Ze vinden dan dat ik niet lief ben.

Papa en mama begrijpen niet dat het erg moeilijk is om heel de dag wakker te blijven. Als het 's avonds etenstijd is, is mijn hoofd verschrikkelijk moe. Ik kan dan niet goed meer nadenken. Eten lukt ook niet goed. Omdat ik zo moe ben, kan ik ook niet steeds netjes op mijn stoel blijven zitten. En alle dingen die ik dan wil, willen papa en mama juist niet.

Als je moe bent, is het vooral moeilijk om je tanden te poetsen. Dat gaat gewoon niet. Dat vertel ik papa en mama iedere dag. Maar ze luisteren niet. Of ze geloven het niet. Dan moet ik toch mijn tanden poetsen.

Soms ben ik zo moe dat ik even op de grond van de badkamer ga liggen. Dan kan ik gewoon niet meer. Maar dan hoor ik direct dat ik weer moet opstaan. Dat is echt vreselijk. Dan moet ik huilen. En als je huilt, kun je echt niet goed naar je papa en mama luisteren.

Soms worden papa en mama boos op mij. Dat maakt het alleen maar erger. Hoe kun je nu boos worden op een heel moe jongetje van bijna drie jaar? Ik moet dan vaak nog harder huilen. Door het huilen heen roep ik dan: 'Sorry'. Dat helpt meestal wel.

Als we op mijn slaapkamer aankomen, gaat het wel beter. Dan lezen we nog even van Jip en Janneke. Dan huil ik niet meer. En papa en mama zijn ook weer heel lief tegen mij. Zo eindigt elke dag toch weer goed. Maar het is wel jammer dat papa en mama niet begrijpen hoe zwaar het is voor mij.

Tuesday, July 12, 2016

Mijn broek zakt af

Eindelijk is het zo ver. Na lang wachten hoef ik eindelijk geen luiers mee om.  Ik plas gewoon op de WC. Net als de grote mensen.

Mama had een slim plan bedacht. Op de deur van de WC hing een groot papier. Daar kon je stickers op plakken. Steeds als ik een plasje had gedaan mocht ik een sticker erop plakken. En toen het papier vol was, kreeg ik een cadeau.

Ik mocht het cadeau zelf uitzoeken. We gingen naar de winkel van de lieve oude meneer. Die is heel dichtbij. Het is een grote winkel met veel speelgoed. Er staan fietsen en auto’s voor kinderen. Daar rijd ik altijd even een rondje op. Ik wil graag zo’n fiets hebben. Maar dat was wel iets te groot dacht ik. Zo bijzonder is dat plassen op de WC nu ook weer niet. Ik heb een trein uitgekozen, met een rails en een brug. In Jordanie is geen echte trein. Maar in Nederland wel. Als ik met de trein speel, kan ik even aan Nederland denken.

Op school plas ik nu ook op de WC. Daar zijn de wc’s veel kleiner dan thuis. En de wasbak is veel lager. Daarom is het eigenlijk het fijnst om op school naar de WC te gaan.

Papa en mama zijn blij dat ik geen luier meer om hoef. Dat hebben ze al heel vaak  gezegd. Ik vind dat een beetje overdreven. Want het is wel handig, maar het heeft ook veel nadelen.

Het grootste nadeel is dat ze me nu wel honderd keer per dag op de WC zetten. Maar ik heb geen honderd plasjes per dag. De meeste keren is het dus helemaal voor niets. En als ik er weer af kom, moet ik ook nog eens mijn handen wassen. Het kost me een hoop tijd zo.

Het is ook lastig dat je soms je plas moet ophouden. Als je in de auto zit bijvoorbeeld. Of in de kerk. Soms zit er heel veel plas in mijn buik, maar dan mag het er niet uit.

En verder zakken al mijn broeken af. Als ik loop, zakken ze steeds een beetje lager. Ik moet ze steeds weer ophijsen. Met een luier om bleven ze veel fijner zitten. Ik hoop maar dat ik snel groei. Dan zullen mijn broeken nooit meer afzakken.

Friday, July 8, 2016

Feest in het land

Het is feest bij ons. Iedereen heeft nieuwe kleren aan. En overal klinkt muziek. Dat komt omdat de Ramadan over is. Eindelijk mogen de mensen weer eten.

Eerst mocht je alleen eten als zon sliep. Maar hij ging pas heel laat slapen. En hij werd weer vroeg wakker. Dus je kon maar heel even eten. Daarna moest je mond weer op slot.

Ramadan duurde heel lang. Veel mensen werden er een beetje moe van. Want 's nachts waren ze druk met eten. En overdag gingen ze toch weer in de auto rijden of werken. De ogen van veel mensen waren erg slaperig.

Ik moest ook vasten. Niet van het eten, maar van school. Want de school was dicht. Alle kinderen en juffen hadden wel vier weken vakantie. Eerst was dat heel leuk. Maar nu mis ik de school wel. Want thuis hebben we geen glijbaan. En ook geen grote zandbak. En ik wil mijn vriend Ali weer graag zien.

Nu is de Ramadan over en is het drie dagen lang feest. De winkels zijn dicht. Papa en mama hoeven niet te werken. 's Morgens willen ze graag uitslapen. Maar ik wil dat niet. En dus slaapt alleen mama uit.

Vanmiddag heb ik lekker in mijn zwembad gespeeld. En samen met papa de bloemen op het balkon water gegeven. Dat is ook best feest. Morgen gaan we een dagje weg. We gaan naar een andere stad die heet Madaba. Daar heb je heel veel mooie dingen. We gaan er ook eten in een restaurant. Zo vieren wij het feest ook een beetje mee.

Morgen is de laatste vrije dag. Dan is Ramadan echt over. En het feest ook. Dan mag ik eindelijk weer naar school. Eigenlijk is dat het grootste feest.

Saturday, July 2, 2016

De Midden Dode Zee


Ik heb heel lang niet geschreven. Want ik was op reis. We gingen naar een ver land. Het heet Cyprus. Je kon er lekker zwemmen. En de zon was er altijd heel vroeg wakker.

Eerst gingen we in het vliegtuig. De koffers en mijn autostoeltje gingen mee. We gingen de lucht in en de huizen werden steeds kleiner. Uit het raampje zag ik de Dode Zee. Eerst vond ik het een beetje eng. Maar later niet meer en toen ging ik een tekening maken

Toen we aankwamen, stond er een auto op ons te wachten. Hij was niet zo mooi als papa's auto. Hij was een beetje kleiner en het stuur zat aan de andere kant. Ik kon papa niet zo goed zien vanuit mijn stoeltje. Maar mama wel.

In Cyprus kon je gewoon op straat snoepjes eten. In Jordanie is dat nu verboden want het is Ramadan. Ik vond het wel fijn om in Cyprus te zijn. Omdat je er gewoon kon eten. Maar ook omdat je er kon zwemmen. Dat was het allerleukste van Cyprus.

Ons huis in Cyprus had een mooi zwembad. Daar ging ik iedere dag in. Het water was net zo warm als thuis in bad. Ik had ook een echte boot. Daar ging ik in zitten en dan ging papa of mama er een speedboot van maken. Bij papa ging het alleen iets sneller dan bij mama.

We gingen ook naar een zee. Die had een moeilijke naam. Ik noemde hem de Midden Dode Zee. Daar ging ik in zwemmen. Het water was niet vies zoals in de Dode Zee. Op de bodem lagen stenen. Die ging ik samen met papa oprapen en weer in het water gooien. Elke steen had een andere kleur. De mooiste steen hebben we meegenomen naar huis. Die ligt nu in de kamer op tafel.

We gingen ook de grens over naar een ander land. Dat was zomaar midden in de stad. De politie ging naar mijn paspoort kijken. Alles was in orde en we mochten verder lopen. Toen waren we ineens in Turkije. Daar gingen we even koffie drinken. Daarna gingen we weer lopend terug naar Cyprus.

In Cyprus was ook een dierentuin. Met echte olifanten en leeuwen. Er waren vogels met heel veel kleuren. Het mooiste waren de papegaaien. Ze konden zelfs fietsen en in een autootje rijden. In het winkeltje hebben we een papegaai gekocht voor mij. Die hebben we ook meegenomen naar huis.

Na twee weken gingen we weer terug naar Jordanie. Het was heel leuk in Cyprus. Maar het is ook fijn om weer thuis te zijn. Bij mijn eigen speelgoed. En dichtbij de Dode Zee. Als ik weer even aan Cyprus wil denken, kijk ik naar de steen uit de zee. Of ik ga even spelen met mijn papegaai.

Tuesday, May 31, 2016

Sorry zeggen


Omdat ik nu heel groot ben (meer dan 2 jaar), kan ik al goed praten. Dat is handig, want dan kun je uitleggen wat je bedoelt. Maar het brengt ook een hoop ellende met zich mee.
Soms zeg ik iets en dan begrijpen de mensen het niet. Bij papa en mama gaat het nog wel, maar bij andere mensen is het soms echt verschrikkelijk. Dan moet ik wel tien keer hetzelfde zeggen. Soms begrijpen ze het dan eindelijk. Maar andere keren nog steeds niet. Er zijn mensen die denken slim te zijn. Ze doen dan of ze het toch begrijpen. 'O ja,' zeggen ze dan, 'echt waar?' Maar hun ogen laten zien dat ze er nog steeds niets van begrepen hebben.

Of als ik uit bed roep dat mijn slaap klaar is. Dan komt papa mij vertellen dat ik toch moet gaan liggen. Hij begrijpt dan echt niet wat mijn probleem is.

Een ander probleem is als mensen gaan lachen om serieuze dingen. Pas ging ik met mama naar de Baraka Mall. Die is naast ons huis. En als je in de lift naar beneden gaat, kom je bij een machine waar geld uit komt. In de lift vroeg mama: 'Wat gaan we doen Aron?' Toen zei ik: 'Geld kopen'. Mama moest er hard om lachen. 

Op school heb ik geleerd dat je soms sorry moet zeggen. Bijvoorbeeld als je niet lief bent geweest voor iemand anders. Of als je een boertje laat. Of een windje. Bij kinderen gaat het net zoals bij oude mensen: zulke dingen gebeuren gewoon. Miss Lima heeft verteld dat je dan sorry moet zeggen.  Een beetje overdreven is het wel, maar ik doet het toch maar. De grote mensen vinden het grappig als ik dat zeg, want ze moeten er steeds om lachen. 

Ik hoop dat ik snel nog groter word. Dan kan ik bij het hogere knopje van de lift. En dan mag ik zelf bepalen wanneer ik uit bed ga. En hopelijk begrijpen de mensen mij dan ook eindelijk goed. Tot die tijd blijft mijn leven gewoon best zwaar. Onbegrip is mijn deel. En soms lachen mensen mij uit. Zij zouden eigenlijk sorry tegen mij moeten zeggen! Maar dat is nog nooit gebeurd.

Saturday, May 21, 2016

Vroege vrijdag

Vanmorgen zat een vogel bij mijn raam te fluiten. Ik werd er wakker van. Het was heel mooi. Toen heb ik papa geroepen. Hij haalde mij uit bed. En toen gingen we iets leuks doen.

Omdat het vrijdag was, hoefde ik niet naar school. Papa zei dat ik heel zachtjes moest doen, want mama sliep nog. Ik moest op mijn tenen langs mama's deur lopen. Dat is heel moeilijk als je nog maar twee bent. Maar ik heb geen geluid gemaakt.

Toen gingen we samen op straat wandelen. Het was nog heel vroeg. Het zonnetje kwam net boven de gebouwen uit. Er waren geen auto's. Ik hoorde veel vogels fluiten. Steeds als ik een andere vogel hoorde, zei ik: 'He, nog een!' En dan hoorde papa hem ook.

Onderweg heb ik ook veel bloemen gezien. Sommige waren geel. En er waren ook veel blauwe. Ik mocht ze niet plukken van papa. Want volgens hem zijn ze van andere mensen. In het bos mag je wel bloemen plukken. Ik denk dat het bos van niemand is. Of van ons allemaal.

Bij de bakker gingen we even naar binnen. Ik had wel zin in een vers broodje. Gelukkig was de bakker al open zo vroeg in de morgen. Maar de bakkersvrouw vertelde dat het brood nog niet klaar was. Toen zijn we doorgelopen naar een andere bakker. Daar was het brood wel klaar. Samen met papa heb ik wel zes broodjes gekocht.

De broodjes waren nog warm. Eerst moest ik er heel lang op blazen. Daarna was het een beetje minder warm. Al wandelend heb ik het opgegeten. Het was echt heel lekker want er zat ook kaas aan de binnenkant.

Onderweg kwam ik een poes tegen. Hij was een beetje dun. Ik heb hem maar een stukje brood gegeven. Hij at het heel snel op.

Toen kwamen we weer bij ons huis. Papa wilde gelijk naar binnen, maar ik wilde niet. Het was zo mooi buiten. Ik hoorde nog steeds de vogels. En in de tuin voor ons huis staan ook veel mooie bloemen.

Ik ging op de trap voor het huis zitten. Papa ging naast mij zitten. Zo zaten we allebei een tijdje te kijken en te luisteren. 'Weet je wie deze tuin zo mooi heeft gemaakt?', vroeg papa aan mij. Ik zei: 'God'.

Dat was eigenlijk niet het goede antwoord. Want papa bedoelde Abu Mona. Maar aan zijn gezicht zag ik dat hij mijn antwoord best mooi vond.

Friday, May 6, 2016

My name is Haroen

Ik kan al heel goed praten. Dat zegt miss Lima. Zij is mijn juf. En zij kan het weten. Want ze is heel slim. Onder haar hoofddoek zit een groot verstand. En ze heeft mij al veel geleerd. Maar soms is het lastig. Want er zijn woorden die je niet mag zeggen van grote mensen. Of ze moeten erom lachen.

Vanmorgen had ik met papa boodschappen gedaan. Toen we buiten kwamen, was het best warm. In de auto was het zelfs verschrikkelijk heet. Ik vroeg aan papa of de aso aan mocht. Toen ging papa zomaar hardop lachen. En hij zei dat het airco heet. Dat is voor mij hetzelfde. Maar papa moest er toch om lachen. Net alsof ik dom was.

Toen we weer thuiskwamen, zei ik tegen mama dat mijn voeten zeer deden. Dat komt omdat ik nieuwe sandalen heb. Die doen pijn aan mijn tenen. 'Dat is wel shit', zei ik tegen mama. Toen deed ze net of ze heel erg schrok. Pffff... ze zegt het zelf ook weleens! Maar ik mag het toch niet zeggen van mama. Ik kan beter chips zeggen, zei ze.

En dan mijn naam. Ook zo'n verschrikkelijk ingewikkeld probleem. Papa en mama noemen mij Aron. En als ze boos zijn zeggen ze Aron Botros (met een harde stem, net alsof ik doof ben). Maar op school noemt iedereen mij 'Eron'. En op papa's werk zeggen ze 'Haroen'. Dat is best raar. Waarom kunnen grote mensen niet gewoon mijn echte naam uitspreken, net als papa en mama? Maar ik heb de hoop opgegeven. Eigenlijk vind ik Haroen ook best mooi. De mensen vragen mij wel 100 keer per dag 'What's your name'. Dan lach ik even en zeg 'Haroen'. Gewoon omdat ik het een mooie naam vind.

Grote mensen zijn onbegrijpelijk. En ze maken het leven erg moeilijk. Dat is niet eerlijk. Weet je wat ook niet eerlijk is? Papa en mama gaan vanavond uit eten in een restaurant. Omdat ze vijf jaar getrouwd zijn. En ik? Ik moet thuisblijven. Bij de oppas. Ik ben er boos over.. Terwijl zij lekker zitten te eten, moet ik naar bed. En dat is voor mij, Aron Botros Visser, gewoon heel erg shit chips.

Monday, May 2, 2016

Twee keer Paasfeest

Toen opa en oma hier waren, vierden we Pasen. Dat was heel gezellig. Maar nu zijn ze weg en hebben we het nog een keer gevierd. Ik weet niet waarom we het twee keer vierden. Maar dat is niet erg.

Zondagmorgen maakte papa mij heel vroeg wakker. Meestal is dat andersom. Maar deze morgen lag ik nog te slapen. Hij zei dat we weg gingen met de auto. Ik schrok ervan dat hij zo vroeg kwam. Maar ik ben er toch maar uit gegaan.

Eerst gingen we nog iemand anders ophalen. En toen gingen we een eind rijden. Onderweg dronken de grote mensen koffie. Ik kreeg een pakje melk. Buiten was het donker. En de weg was leeg. Na een tijdje werd het een beetje licht. Toen reden we een berg op en daar stapten we uit. Het donker was toen al bijna helemaal weg.

We waren op de berg Nebo. Dat is een heel belangrijke berg. Bovenop staat een kerkje. Daar gingen we in. Er waren veel mensen. We gingen zingen en bidden. Eigenlijk duurde het best wel lang. Ik zei steeds dat ik buiten wilde spelen. Maar het was zo druk dat ik er niet uit kon.

Kerkdiensten duren vreselijk lang. Aan het eind was ik heel blij dat ik naar buiten mocht. De zon scheen al een beetje. We gingen eerst eten met alle andere mensen. Je kon kiezen uit wel duizend dingen. Ik heb een ei gegeten. Want het was Pasen. Maar hij was niet van chocola. Papa wilde ook dat ik een stukje cake zou eten, want die had hij zelf gebakken. Maar ik vond hem niet zo lekker. Daar kan ik ook niets aan doen. Ik heb hem aan papa teruggegeven.

Toen gingen we nog even kijken op de rand van de berg. Daar staat een kruis met een slang eromheen. Maar hij is niet echt. Hij is gemaakt van ijzer. Vanaf de rand van de berg kun je heel ver kijken. Eerst is er de Dode Zee. Daarachter ligt een ander land. Dat heet Israel. Als je goed kijkt, kun je het zien liggen. Maar het is wel moeilijk want er is veel zand in de lucht.

Toen we naar huis reden, ben ik in slaap gevallen. Dat komt omdat ik zo vroeg uit bed was gehaald. Maar ik ben niet boos op papa. Want de berg Nebo is mooi. En het ei was lekker. Ik vond het niet erg om twee keer Pasen te vieren. Van mij mag het best drie keer per jaar Pasen zijn