Wednesday, August 19, 2015

Je moet het niet dwingen

Het gaat goed met mijn leven hier in Jordanië. De mensen zijn heel aardig voor mij en ik kan al heel goed met de lego spelen. En op school gaat het ook prima. Maar met dat ik dacht dat het hier best goed gaat, kwam mama met een nieuw idee. En daar werd ik niet zo blij van.

Mama wilde mij gaan leren om op het potje te plassen. Samen met papa had ze zo'n zachtblauw potje gekocht. Er zat een deksel op en een sticker waarop stond dat hij in Turkije gemaakt was. Nu heb ik op zich niets tegen Turkije, maar wel tegen hun potjes. De kanten waren heel scherp. Steeds als ik er op ging zitten, deed het pijn aan mijn benen. Dan sprong ik er snel weer af.

Daarna hebben papa en mama een ander potje gekocht. Deze was niet recht en de randen waren niet scherp. Gelukkig zat dit potje wel lekkerder. Maar ik vind het toch vrij zinloos. Jarenlang gebruik ik een luier en dat gaat prima. En ineens moet dat dan veranderen. Ik moest wel tien keer per dag op het potje gaan zitten. En dan dachten papa en mama dat ik op commando zou gaan plassen. Ik zou wel gek zijn.

Het voordeel was dat ze wel altijd leuke verhalen gingen voorlezen als ik op het potje zat. Een was van Bobbi die ook op het potje ging. Die gehoorzaamde zijn papa en mama natuurlijk wel en plaste altijd keurig in het potje. Maar ik ben geen beer en ik heet ook geen Bobbi. Als het verhaal uit was, sprong ik gewoon weer op.

Mama heeft mij ook onderbroeken gegeven. Als ik die aan had, kreeg ik geen luier om. Het waren mooie onderbroeken, met gele en blauwe strepen. Maar als je dan plast, komt je hele broek eronder te zitten. Ik snap echt niet waarom ik niet gewoon een luier aan mocht. Zo duur zijn ze toch ook weer niet?

Omdat ik geen luier om had, heb ik een paar keer mijn broek volgeplast. En soms kwam het ook op de vloer. Dat is natuurlijk wel vervelend. Toen ik pas weer een keer moest, ben ik in het keukenkastje gekropen. Ik vroeg aan papa om het deurtje dicht te doen en toen heb ik daar even op m'n gemak alles laten gaan. Heerlijk was dat.

Vandaag heb ik toch weer een luier gekregen van mama. En ik ben niet meer op het potje gegaan. Ze zei tegen papa dat ze voorlopig even stopt met proberen. 'Want je moet het niet dwingen', zei ze erbij. En daar ben ik het helemaal mee eens.

Friday, August 14, 2015

Kleuren in de kerk

Vandaag is het vrijdag. Ik ga niet naar school en papa en mama gaan ook niet naar het werk. Want op vrijdag zijn we vrij. De winkels blijven dicht. En in onze straat rijden er maar weinig auto's. Er is veel minder lawaai. Vrijdag is eigenlijk net als zondag.  Op vrijdag is alles een beetje anders dan andere dagen. Eerst willen papa en mama uitslapen. Dat wil ik eigenlijk niet, dus ik zeur net zo lang tot ik mag gaan spelen. En daarna gaan we eten. Niet in de keuken zoals op andere dagen, maar in de kamer of op het balkon. Het eten is op vrijdag ook een beetje lekkerder. En na het eten gaan we naar de kerk.

De kerk is een mooi gebouw met een kruis erop. Er zijn in de stad ook andere gebouwen die op een kerk lijken, maar die hebben een grote luidspreker in de toren. Dat zijn geen echte kerken eigenlijk. Buiten is het meestal heel warm, maar in de kerk is het een beetje koud. Als we binnenkomen zijn de mensen al aan het zingen. Soms zingen ze in het Arabisch en soms in het Engels, net als op school. Maar hier hebben de juffen geen doek om hun hoofd.

Ik weet nooit zo goed wanneer de kerk begint, want er blijven steeds nieuwe mensen binnenkomen. Ze zien er heel verschillend uit. Sommigen hebben een bruin gezicht en anderen zijn wit. Er zijn mensen bij met heel veel kleuren in hun kleren. Die komen uit Afrika. Anderen hebben een spijkerbroek met sportschoenen. Die komen uit Amerika. Andere mensen hebben een mooie gestreken blouse en een vouwbroek. Die komen uit Azië. Er is ook een meneer uit Mexico. Hij kan heel goed gitaar spelen en hij lacht bijna altijd. Zijn muziek klinkt anders dan als mama gitaar speelt. Hij speelt heel vlug en de tonen gaan heel snel op en neer. Dat is de Mexicaanse stijl. 

De dominee komt uit Sudan. Dat is een land hier heel ver vandaan. Papa en mama zijn er weleens geweest, maar ik nog niet. De dominee heeft een gouden bril en hij  is heel aardig. Als hij zingt doet hij altijd zijn handen in de lucht. 

Als we heel lang gezongen hebben, gaat er iemand een verhaal vertellen. En iemand anders vertaalt het dan naar het Engels. In de kerk heet zo'n verhaal een preek en het is meestal niet zo mooi als in mijn kinderbijbel, dus ik luister niet zo goed. Meestal ga ik spelen met een boek of mijn aap. En ik ga ook vaak even kijken of er nog andere kinderen in de kerk zijn. Eigenlijk mag ik niet zoveel lopen door de kerk, maar soms doe ik het wel. Want de preek duurt meestal heel lang. Als ik het echt te lang vind duren ga ik met papa of mama naar buiten. Daar is een groot plein waar je kunt spelen. Er zijn ook andere kinderen. Mijn vriend is Micah, die is net zo oud als ik en ik zie hem elke week. 

Als de kerk is afgelopen, zijn er koekjes. Het zijn hele lange koekjes en er staat altijd een grote schaal. Meestal neem ik er wel drie of zo want ze zijn best lekker. En soms geven andere mensen me er ook nog een. Of een stukje cake. Daarna gaan we naar huis. Dan is het eigenlijk tijd om te gaan eten, maar ik heb dan zoveel koekjes op dat er geen plaats meer is in mijn buik.

Na het eten ga ik even slapen. En als ik wakker word, is er nog heel veel tijd om te spelen. Op vrijdag doen we altijd veel leuke dingen. Soms gaan we weg met de auto. Of we gaan in de tuin spelen. Dat vind ik eigenlijk het allerleukst. Want daar staat mijn zandbak. En van het deksel kun je een zwembad maken.Het is jammer dat er in de kerk geen zandbakis, anders zou het nog leuker zijn om er naartoe te gaan. Maar zonder zandbak is het ook wel goed. Want de muziek is mooi, de mensen zijn lief en de koekjes zijn lekker.

Tuesday, August 11, 2015

Het leven van een kunstenaar

Dit was mijn kunstwerk. Maar er is
bijna niets van over
Ik ben bijna twee jaar en ik heb al heel veel geleerd. Sommige dingen kun je leren, maar andere dingen horen gewoon bij je. Dat heet talent.

Ik heb een boekje over Nijntje in het museum. Nijntje bekijkt daar schilderijen en ze gaat ook zelf een beetje verven. Ik vind het een mooi boek en bijna elke dag vraag ik of papa of mama het wil voorlezen.

Op school verf ik zelf ook heel vaak. Juf Lima maakt dan mijn hele hand blauw en dan moet ik die op een papier drukken. En ineens staat er dan een hand op het papier. Daarna ga ik er met een kwast nog iets moois van maken. Ik heb al een keer een kip geschilderd. En ook een koe. Die had allemaal zwarte stippen gekregen van mij. Thuis noem ik het een koe, maar op school zeg ik gewoon 'cow' want dat doet juf Lima ook.

Nijntje vond het schilderen heel leuk en ik ook. Thuis heb ik geen verf, maar wel krijtjes. En een kleurboek van Mickey Mouse. De krijtjes zitten in een doosje waar eerst boter in zat. Dat is allemaal op mijn boterhammen gegaan en nu is er plaats voor mijn krijtjes. Het doosje staat altijd op mijn tafel, samen met het kleurboek. Elk dag maak ik wel een tekening van krijtjes. Pas heb ik er een opgestuurd naar opa omdat hij jarig was. Een postbode heeft de tekening meegenomen in het vliegtuig en naar opa gebracht. En oma appte een foto van opa en de tekening, dus hij is echt aangekomen!

Verven en krijten is heel leuk. Nijntje wil later een echte kunstenaar worden. Ik wil dat ook graag, want ik vind dat ik best goed kan tekenen. Soms zet ik eerst een grote streep op het papier en dat is dan papa. En nog een streep voor mama. En met een andere kleur teken ik opa en oma en Matthanja. De strepen lijken misschien niet echt op mensen, maar ze zijn het toch. Ik vertel ook altijd aan mama wat de strepen betekenen, want anders begrijpt ze het niet.

Een kunstenaar moet zijn werk goed kunnen doen. Pas bedacht ik dat het een goed idee zou zijn om eens niet het kleurboek te gebruiken. Ik heb lang nagedacht over waar ik nog meer de krijtjes op kon gebruiken. Mama was in de andere kamer, dus haar kon ik het niet vragen. Toen heb ik een tekening gemaakt op de muur van de woonkamer. Het is een witte muur en ik heb er met zwarte en rode krijtjes iets heel moois van gemaakt. Daarna heb ik ook de verwarming, de vloer en het raam heel mooi gemaakt met allerlei kleuren. Na een tijdje kwam mama de kamer in en die reageerde een beetje apart. Haar mond stond heel streng en ze zei dat het niet mocht, maar haar ogen stonden niet boos. Het leek net of ze moest lachen. Ik vond het jammer dat ze niets  zei over hoe mooi mijn tekening was.

Later kwam papa thuis en die zei dat ik nooit meer op de muur mag tekenen. En ook niet op de verwarming en het raam. Echt heel jammer is dat. En nog erger: de volgende morgen waren mijn tekeningen verdwenen. Papa en mama hadden met water en een borstel alles weggepoetst. Op de muur en de verwarming kun je nog net heel vaag mijn kunstwerk zien. Ik kijk er graag naar, want het is het overblijfsel van een onbegrepen kunstenaarsbestaan.  We zullen het nooit zeker weten, maar misschen hebben papa en mama met hun poetsbeurt wel een groots meesterwerk vernietigd.

Monday, August 3, 2015

Een woestijn in de stad

Nou. vandaag was het echt super warm zeg. Het begon vanmorgen al. Ik had eerst even uitgeslapen omdat ik nog in weekendstemming was. Maar toen moest ik toch echt eruit omdat ik op tijd op school moest zijn. Vanaf het moment dat ik uit bed kwam, was het gelijk heel warm. Ik zag op papa's gezicht allemaal druppels water staan.

Eigenlijk zou je op zo'n dag als vandaag het liefst heel de dag in het zwembad in de tuin zitten. Als je in het water bent, heb je ook druppels op je gezicht, maar dan is het toch niet warm. Gisteren heb ik nog in het zwembad gespeeld, maar vandaag had ik daar echt geen tijd voor want ik moest al vroeg naar school.

Toen ik aankwam op school stond er een andere juffrouw te wachten. Eigenlijk moest miss Lima er staan, maar die zag ik even niet . De andere juffrouw droeg een lang zwart laken en zo'n doek over haar hoofd. Ze lachte wel naar me, maar toch zag er er een beetje eng uit. Van schrik moest ik even huilen. En ik was ook wel een beetje verdrietig voor deze mevrouw, want zij moet het wel driedubbel warm gehad hebben met al die zwarte kleren om haar heen. Ik liep in een korte broek en een blouse met korte mouwen en ik had het al warm, maar bij deze mevrouw zag je alleen haar ogen, haar neus, haar mond en haar wangen. De rest was allemaal ingepakt.

Gelukkig zag ik mijn eigen juf al snel en toen ging ik spelen. Aan de binnenkant van de school is het niet zo warm. Aan het dak hangt een witte bak en daar komt koude lucht uit. Als je er voor gaat staan, voel je die lucht langs je oren waaien en gaan je haren door elkaar. Na een tijdje gingen we ook buiten spelen. Dat doen we altijd op school, maar vandaag duurde het een beetje korter. Dat was omdat het heel warm was. Miss Lima zei al snel dat we weer naar binnen gingen. Ik was net in de zandbak aan het spelen, dus het was wel een beetje jammer. Maar het was ook fijn om weer naar de koude lucht te gaan.

Aan het einde van de dag gingen we nog naar het gymlokaal. Dat is altijd het leukste van de dag. Niet alleen omdat je daar kunt spelen, maar ook omdat ik weet dat mama mij dan bijna weer komt ophalen. Maar vandaag was er een grote verrassing... terwijl ik aan het spelen was, ging de deur open en toen stond papa daar ineens. Hij had me nog nooit eerder opgehaald, omdat hij moet werken. Maar vandaag kwam hij toch. Dat was omdat mama vanaf deze week ook aan het werk was. Ik was heel blij dat ik papa zag. Zo blij zelfs, dat ik er gewoon even van moest huilen. Ik riep gelijk heel hard bye bye tegen iedereen, want ik wilde snel met papa en de auto naar huis.

Papa praatte nog even met de juffrouw. Zij gaf me ook de vogel die ik vandaag had geknipt en gekleurd. Die mocht ik mee naar huis nemen. Het was best een mooie vogel, maar niet zo mooi als de vogels in opa Henk z'n schuur. Daar ben ik nu al heel lang niet geweest. De vogels daar hebben heel veel kleuren en maken mooie geluiden.

Samen met papa ben ik naar huis gereden. Het was heel warm, maar er was geen zon. Het was zelfs een beetje donker. Dat kwam omdat er een zandstorm aankwam. De hele lucht was vol met zandkorrels. En die kwamen allemaal langzaamaan neer op de huizen en de auto's. Eigenlijk werd de stad steeds meer een beetje een woestijn vol met zand.

Zo meteen ga ik naar bed. Het is nog steeds warm. Als ik ga slapen, doe ik maar geen pyama aan. En bij mijn bed staat een wit ding dat ronddraait als ik slaap. Ik noem het altijd een vliegtuig, maar mama zegt dat het niet klopt. Zij noemt het een ventilator. Maar dat is best een moeilijk woord. Ik noem het gewoon een vliegtuig. Het draait heel hard rond en er komt ook iets van koude lucht uit. Dan is het gelukkig toch niet zo warm als ik in bed lig. En zo kan ik lekker gaan slapen. En dromen over papieren vogels en de echte van opa. En over die mevrouw met dat zwarte laken. En over de woestijn in de stad. En over papa die mij kwam ophalen. Want dat was toch wel het allerleukste van vandaag.

Friday, July 31, 2015

Mijn beste vriend

We hebben geen grote klikobakken zoals in Nederland. Hier is het eigenlijk veel makkelijker want we doen alles bij elkaar. Papier, batterijen, plastic en ook mijn luiers gaan in 1 grote zak. Aan het einde van de dag zetten we die in het trappenhuis. Iedere dag komt Abu Mona het afval ophalen en hij brengt het naar een container die ergens op straat staat.

Die containers worden weer helemaal uitgezocht door veel andere mensen. Sommigen halen al het papier eruit en anderen weer het plastic. Zo wordt het afval toch gescheiden, alleen hoeven wij er mooi niets aan te doen.

Het is wel fijn dat Abu Mona de zak met afval iedere dag ophaalt. Dan gaat het niet stinken in huis. Abu Mona woont in de kelder van ons gebouw. Daar heeft hij een klein kamertje waar een bed en een oude televisie staat. Vaak als ik uit de lift kom, zie ik Abu Mona. Hij is een beetje mijn vriend want hij is heel aardig voor mij. Hij maakt altijd een praatje, alleen versta ik er meestal niets van. Dat komt omdat hij zijn tanden op elkaar houdt als hij praat. 

Ik denk dat Abu Mona best arm is, want heeft altijd een zwarte broek en een blauw shirt aan. Ik denk dat hij geen geld heeft om andere kleren te kopen. En hij heeft ook geen geld voor een kam want zijn haar zit altijd een beetje rommelig. Maar hij is wel altijd blij. Als ik hem zie geef ik hem altijd een hand en dan lacht hij heel vriendelijk.

Abu Mona is geboren in Egypte. Dat is een ander land hier heel ver vandaan. Omdat hij geen werk kon vinden, is hij naar Jordanië gekomen. Hij is getrouwd en heeft 3 kinderen, maar die zijn allemaal in Egypte. Heel soms gaat hij terug naar Egypte. Dat is een lange reis door de woestijn en over de zee. Het duurt heel lang voordat hij er is en als hij dan eindelijk aankomt moet hij vast heel moe zijn. Zijn vrouw en kinderen zullen wel heel blij zullen zijn als ze hem weer eens zien na zo'n lange tijd. Ik vind het al lang duren als mijn papa een hele dag naar het werk is. Als ik aan het einde van de dag hoor dat hij de sleutel in de deur steekt, begin ik al heel hard papa te roepen en hol ik snel naar de deur om hem te zien. Maar Abu Mona komt niet elke avond thuis. 

Gelukkig verdient hij wel geld hier in Jordanië. Iedereen die in ons gebouw woont betaalt hem elke maand een beetje geld. En als je dat bij elkaar doet, is het best een hoop. Abu Mona gebruikt dat geld om zelf eten te kopen en de rest stuurt hij naar zijn familie in Egypte zodat zij ook kunnen eten. En daar worden ze vast een beetje blij van. Natuurlijk is het wel jammer dat hij zijn kinderen niet elke dag kan zien. Daarom doe ik altijd heel lief tegen hem. Steeds als hij mij ziet, wordt hij een beetje blij. En dan word ik ook weer blij. Ik denk eigenlijk dat Abu Mona mijn beste vriend is.

Wednesday, July 29, 2015

Alvast iets over Sinterklaas

Papa is vandaag bij de ambassadeur van Nederland geweest. Deze meneer is eigenlijk de baas over alle Nederlandse dingen in Jordanië. Papa heeft met hem gesproken over de situatie in het land, de politiek, de veiligheid en nog veel meer belangrijke dingen. Een ambassadeur is een belangrijke man. Zijn baas is de koning van Nederland. Daarom had papa vanmorgen extra mooie kleren aangetrokken.

De ambassadeur woont in de Nederlandse ambassade. Dat is een groot huis met een Nederlandse vlag in de tuin. Het is hier heel dichtbij. Er staat een hoge muur omheen en daarachter is een mooie tuin. Die heb ik nog nooit gezien, maar papa wel. Hij heeft verteld dat het een heel mooi en groot gebouw is.

Bij ons in de buurt staan wel meer grote huizen van belangrijke mensen. Ik denk dat papa en mama in deze buurt zijn gaan wonen omdat het er zo mooi is. De straten worden iedere dag geveegd door mannen in oranje pakken, waardoor er nooit rommel op straat ligt. Dit is echt een buurt voor nette mensen zoals wij. Ik denk dat ik daarom ook met een chauffeur naar school wordt gebracht, gewoon omdat het deftig staat. Papa of mama kan zelf ook wel rijden natuurlijk, maar een chauffeur is toch beter.

De Nederlandse ambassadeur heeft verteld dat we hier ook Sinterklaas vieren. Dat duurt nog wel heel lang, maar als het zo ver is, ga ik er zeker naartoe. Ik hoop dat ik dan een cadeautje krijg en ook veel koekjes. En als het koningsdag is, is er ook een feest op de ambassade. Daar mogen alle Nederlanders die in Jordanië wonen naartoe komen. De ambassadeur heeft verteld dat er wel 500 Nederlanders hier wonen. Ik ken er een paar van. Bij ons in het flatgebouw wonen nog een Nederlandse mevrouw en meneer en die komen 's morgens vaak even koffie drinken bij ons. En er is nog een andere mevrouw die weleens komt eten bij ons. Zij neemt dan stroopwafels mee. Ik hoop dat ze snel weer komt. Maar verder ken ik alleen maar andere mensen die niet uit Nederland komen.

Ik hoop dat ik op het Sinterklaasfeest veel andere Nederlandse kinderen zal zien. Dan hoef ik tenminste geen Engels of Arabisch te praten want dat is best moeilijk. En misschien zijn er ook wel stroopwafels. Papa heeft gezegd hoeveel nachtjes ik nog moet slapen voordat Sinterklaas komt. Maar dat ben ik vergeten. Het waren er een heleboel in ieder geval.

Ik ga nu maar snel slapen, dan is er tenminste snel 1 nachtje om. Morgen mag ik weer naar school. Ik heb met de chauffeur afgesproken dat hij me om 09.30 uur komt ophalen.

Sunday, July 26, 2015

Het suikerfeest

Het was suikerfeest in het land. Mensen vieren feest omdat de Ramadan is afgelopen. Dat is inderdaad best iets om te vieren. Want nu mogen de mensen eindelijk weer gewoon eten overdag. En ze mogen ook weer water drinken. Dat is best handig want het is heel warm deze zomer.

Net voor het suikerfeest was het vreselijk druk overal, vooral 's nachts. Iedereen ging de stad in om boodschappen te doen. Het lijkt een beetje op de dagen voor Kerst, maar dan zonder Stille Nacht. Het was meer Drukke Nacht zeg maar. Er hingen wel overal lichtjes in de winkels en aan de balkons. Ze knipperden de hele tijd en hadden heel veel kleuren. Soms deed het een beetje pijn aan mijn ogen.

In de winkels gingen mensen vooral kleren kopen. Want op het feest mag iedereen nieuwe kleren aan. De meisjes liepen in van die jurkjes met heel veel strikken en  glitter. En de jongens hadden grotemensenpakken met kikkers aan. 

Ik heb geen nieuwe kleren gekregen. Maar ja, ik heb ook niet gevast. Tenminste niet echt, een beetje ook wel want ik mocht een maand lang niets eten op straat. Alleen thuis mocht het gelukkig wel. Ik vind het eigenlijk helemaal niet erg dat ik geen nieuwe kleren heb gekregen, want ik heb al genoeg kleren. En die zijn ook heel mooi. Ik heb een blouse met blauwe en witte blokken. Als papa of mama die 's morgens aandoet, kijk ik er altijd een tijdje naar en dan zeg ik: 'Mooi'. Er hoort ook een mooie bruine broek bij. Alleen daar zit nu een grote streep van een pen op. Mama denkt dat ik dat heb gedaan, maar ik denk dat het niet zo is. En als ik het gedaan heb, deed ik het in ieder geval niet express.

Tijdens het Suikerfeest brengen de mensen elkaar ook cadeautjes. Sommige mensen bakken koekjes voor elkaar met veel suiker erop. Een meneer van papa's werk kwam ook koekjes bij ons brengen. Zijn vrouw had die zelf gebakken en wij mochten ze opeten. Dat vond ik heel lief. Er zaten dadels aan de binnenkant en die vind ik lekker. Ik mocht er niet te veel van eten, maar anders had ik ze gerust in een keer opgegeten.

Inmiddels is het suikerfeest achter de rug en is het gewone leven weer begonnen. Ik ben ook weer naar school gegaan na een weekje vakantie. Het was leuk om weer terug te zijn in mijn klas, maar ik moest ook wel vaak aan mama denken. Dan moet ik een beetje huilen en dan hoop ik altijd dat ze heel snel weer komt. En gelukkig weet ik altijd zeker dat ze komt! Dan geef ik haar een grote knuffel en dan gaan we in de auto naar huis. De chauffeur heet Zuheib en hij is heel aardig. Hij ziet er heel stoer uit met zo'n dure zonnebril, maar als hij mij ziet is hij altijd heel aardig. Hij praat altijd tegen mij. Hij kan zelfs al een beetje Nederlands praten. Hij kan al 'spelen' 'kusje' en 'auto' zeggen. En iedere dag leert hij er een woordje bij. Hij leert Nederlands en ik leer Arabisch. Zo kunnen we elkaar steeds een beetje beter begrijpen.

Saturday, July 18, 2015

Schildpadden en kruisvaarders

Sami laat mij een van zijn
schildpadden zien
Vandaag zijn we met de auto weggegaan. We gingen naar een plek met een beetje een rare naam. Hij klinkt een beetje als kerk en een beetje als krak. Als je het goed zegt is het: karak.

De weg naar karak duurde best lang. We gingen op en neer en door heel veel bochten. De weg waarop we reden is heel oud en heet de 'King's Highway'. Papa heeft verteld dat deze weg vroeger gebruikt werd om spullen naar Damascus te brengen en daarvandaan naar Europa.

Onderweg kregen we een beetje dorst en toen stopten we bij een koffietentje langs de weg. De baas kwam direct naar onze auto toegerend en begon heel druk te praten. Hij bracht ons naar de achterkant van zijn tent. Daarvandaan kon je heel ver de woestijn in kijken. Beneden was een groot meer met een dam ervoor. En verder waren er mooie bergen. We mochten gaan zitten op oude bankstellen. Ze stonden net op het randje van een hoge berg. Ik vond het niet zo eng, maar mama wel.

Sami en ik zijn
vrienden geworden
De baas van de koffietent heette Sami. Hij nam me mee naar een grote bak en daarin zaten wel 30 schildpadden. Sami haalde er zo 1 uit en gaf hem in mijn handen. In het begin was dat heel eng. Ik ken schildpadden best goed want ik heb er een knuffel van. Maar bij deze gingen de pootjes echt heen en weer en zijn kop ging soms naar binnen. Er was ook een hond. Die stond vreselijk eng te grommen, maar gelukkig zat hij aan een touw.

Sami liep steeds met mij heen en weer. Mama volgde ons heel goed want ze was bang dat ik samen met Sami van de berg af zou rollen. Dat is gelukkig niet gebeurd. De grote mensen dronken koffie en ik kreeg van Sami een schaaltje met 4 koekjes. Die heb ik gelijk alle 4 maar opgegeten. Daarna gingen we weer verder met de auto.

Na een tijdje kwamen we aan in Karak. Het was een groot oud gebouw dat best wel kapot was. Maar je moest wel geld betalen om erin te kunnen. En toen kwam er ook nog een meneer bij die onze gids zou zijn. Eigenlijk was dit gebouw vroeger een kasteel. Het was gebouwd door kruisvaarders, die hier woonden en ruzie maakten met mensen uit de omgeving. Dat las papa in een boek dat hij bij zich had. Je zou denken dat die gids het zou vertellen, maar die zei eigenlijk bijna niets. Af en toe scheen hij met een zaklamp in een donker gat en dan zei hij een paar woorden. Maar ik kon aan papa en mama zien dat ze er niets van begrepen. Er waren ook nog andere mensen meegegaan, maar die snapten er ook niet veel van. Dan zei hij bijvoorbeeld: 'Dzis room tall thzirty meter'. En daarna zei hij al heel snel 'come now we must go'. Maar wij wilden juist nog wat langer kijken en ik wilde graag even spelen. Dus we kwamen niet en toen moest die gids steeds op ons wachten.

Hier wilde onze gids niet naar toe
omdat  hij te moe was
Na een tijdje zei de gids dat zijn werk over was. Maar we hadden nog maar een klein stukje van het gebouw gezien. Dus papa zei dat zijn werk helemaal nog niet over was. Toen zei de gids dat hij heel moe was en niet meer door kon werken. Papa deed net of hij het niet hoorde en zei tegen hem dat hij gewoon verder moest werken. Toen deed hij het wel, maar hij vond het niet zo leuk.

Na een tijdje hadden we het hele gebouw gezien. Het was heel oud en kapot, maar het was ook best mooi. Overal waren kamers en gangen. En er was ook een plek waar vroeger een paardenstal was. En als je uit het raam keek, kon je heel ver het dal in kijken. Dat was heel slim van die kruisvaarders want dan konden ze de mensen van heel ver zien aankomen.

Even uitrusten na een lange dag
Aan het eind gaf papa de gids wat geld en toen zijn we weer teruggegaan naar de auto. Het was een lange dag en ik was best wel moe geworden. Dat kwam denk ik door de warmte en door die onbegrijpelijke verhalen van de gids. Onderweg in de auto heb ik rustig na kunnen denken over deze dag. Vooral de schildpadden vond ik erg leuk. Toen ik vanavond thuiskwam had ik het er nog steeds over. Ik noem ze geen schildpadden trouwens, maar turtles. Dat is Engels en dat is gewoon een beetje makkelijker.